Statenbijbel museum
Statenbijbels  
Gratis advies voor in- en verkoop en restauratie.
Hiervoor ook 's avonds ma-za telefonisch beschikbaar.

Incomplete en beschadigde exemplaren te koop gevraagd.
Restauraties in eigen museumatelier.
Geen restauraties voor derden.

St. Statenbijbel & Boek. museum
Bestuursvoorz: W.C. van ’t Zelfde
Tel. 0345-577605
E-mail: wcvantzelfde@kliksafe.nl
Kamer van Koophandel Tiel nr. 11064128.
Bankrek.: Rabobank Geldermalsen 1195.35.904
IBAN-nr.: NL 79 RABO 0119 5359 04
Museum is thans in afwachting van nieuwbouw --------------- tijdelijk alleen beperkt en op afspraak geopend.

Adviezen voor STATENBIJBEL RESTAURATIE worden gratis gegeven evenals voor BIJBELRESTAURATIE, wel wordt aanbevolen per mail de nodige foto's te zenden. Een afspraak voor bezichtiging van uw Bijbel voor BIJBEL RESTAURATIE kan overigens ook vrijblijvend gemaakt worden.

Impressie van de collectie en doel van het museum

De collectie is het resultaat van veertig jaar verzamelen en omvat honderden exemplaren, merendeels Nederlandstalige oude bijbels zowel rooms-katholiek, als oud-katholiek, Luthers, doopsgezind als Gereformeerd / Nederlands Hervormd (staten-) bijbels gedrukt in de periode van het jaar 1538 tot 1950.

Een deel bestaat voor uit nog te restaureren exemplaren; restauratie hiervan vindt in het ateliergedeelte plaats.

Er bevinden zich enkele unica tussen die voor zover bekend nergens anders in Nederland in bezit zijn. Een deel ervan wordt in bruikleen beheerd terwijl de eigen collectie voortdurend uitgebreid wordt.

Het doel van ons museum is het verantwoord bewaren, (doen) restaureren van beschadigde exemplaren en dit deel van het kwetsbare Nederlands cultureel erfgoed behouden voor toekomstige generaties en dit geheel publiek toegankelijk maken en behouden.

Eventuele schenkers van (beschadigde) bijbels kunnen we garanderen dat hun bijbels door ons op een historisch verantwoorde wijze gerestaureerd en geconserveerd zullen worden en voor iedereen die het museum bezoekt in te zien zijn. Indien de bijbel voor publicatie in aanmerking komt zal deze ook op deze website voor een nog breder publiek zichtbaar worden gemaakt. Tenzij de gever/geefster er bezwaar tegen heeft wordt de naam van de schenker/schenkster erbij vermeld.
Door de Rijksoverheid zijn we A.N.B.I. erkend (Algemeen Nut Beogende Instelling). Dat houdt in dat schenkingen aan ons museum voor de gever fiscaal aftrekbaar zijn binnen de geldende regels.
 
Hieronder ziet u enkele bijbels zoals het museum deze binnenkrijgt en die door ons gerestaureerd zullen worden. Hierdoor zal naar verwachting ook dit kostbare deel van dit Nederlands cultureel erfgoed behouden worden.

te restaureren bijbels   te restaureren bijbel

Zie onderstaand een 17e eeuws boekbindersatelier, afgebeeld op een front van een kast, volgens een inscriptie vervaardigd door H. Aperloo, indertijd gevestigd te Houten. Het is duidelijk dat deze houtbeeldhouwer een gravure van Jan Luiken als voorbeeld heeft gebruikt. Het is ook vastgelegd welke betaling hij van de opdrachtgever hiervoor heeft ontvangen. Dit was namelijk geen geld maar een Statenbijbel met gravures.
De attributen die op het beeldhouwwerk zichtbaar zijn, zijn allemaal nog in gebruik in ons museumrestauratieatelier. In hoofdstuk 14 kunt u een rapportage over bijbelrestauratie volgen.

Boekbinders atelier

De Bijbel in Nederland 1550-1950

De tentoonstellingscollectie beoogt een beeld te geven van Nederlandse Bijbels, met hun bijzonderheden, illustraties, vertalers, drukkers en boekbinders, en de invloed van de Bijbel op het leven van alledag, van grote Nederlandse bevolkingsgroepen gedurende 400 jaar.
Onder de verschillende soorten Bijbels was vooral de Statenbijbel van grote invloed op het Nederlandse volksleven. Na 1950 verloor de Statenvertaling aan invloed door de N.B.G.-vertaling en door een sterke toename van de secularisatie in Nederland.
In het vervolg van dit overzicht worden een aantal aspecten beschreven met betrekking tot:

Hoofdstuk
 1.  De Bijbel en de overheid
 2.  Bijbeldrukmethodes en Bijbeldrukkers
 3.  Aanzet tot de Statenvertaling
 4.  Bijbels met landkaarten
 5.  Geillustreerde bijbels
 6.  De (Staten)bijbel en de Nederlandse taal
 7.  De Bijbel en de (school)jeugd
 8.  De Bijbel en de kerken
 9.  De Bijbel en het volksleven
10. Bijzondere bijbels
11. Bijbelbanden
12. Bijbelbeslag (messing, zilver, goud)
13. Overzicht geraadpleegde literatuur
14. Bijbelrestauratie
Enkele hoofdstukken zijn ten dele bijgewerkt, enkele moeten nog geheel gevuld worden.


1. De Bijbel en de overheid

Vanaf het begin van de Nederlandse staat (1572) was er een intensieve bemoeienis van de overheid met de protestantse kerk en met o.a. de Statenvertaling beoogde zij meer eenheid in de zeven Nederlandse gewesten te bereiken, dit zou tot de Franse tijd (1795) duren. Daarna werd dit gedurende enige jaren beduidend minder maar tijdens het Koninkrijk der Nederlanden brak er voor de toenmalige Hervormde Kerk (de grootste in die tijd) een tijdperk van tientallen jaren durende intensieve staatsbemoeienis aan.  In 1816 kwam er bij Koninklijk Besluit een algemeen kerkelijk reglement. Hierbij werd onder andere vastgesteld dat de koning of minister van Eredienst het recht hadden om de leden van de kerkelijke, landelijke en provinciale synoden aan te stellen. De koning met zijn ministers zorgden er zo voor dat de kerk van bovenaf werd bestuurd. Hierbij werden enigszins afwijkende meningen de grond ingeboord. Het parool was: 'eenheid in regering, land en godsdienst'.
Niet voor niets gaf het wapen van de Staten-Generaal in de Statenbijbels de Nederlandse leeuw weer met het vignet: 'eendracht maakt macht'. Zie hieronder dit wapen met vignet.

Wapen en vignet

De leeuw heeft zeven pijlen in de hand, voorstellende de Zeven Nederlandse Gewesten, en draagt een kroon om aan te geven dat onze Republiek (de enige in Europa) niet onder doet voor alle koninkrijken.

De staatsbemoeienis bleek bijvoorbeeld ook bij de zogenaamde Staatsberijming, dat wil zeggen: de berijmde Psalmen die in 1773 in de kerken ingevoerd werd op last van de landsoverheid tegen de zin van een groot aantal kerkleden. Dit leidde op een aantal plaatsen tot onrusten.
U kunt er uitvoering over lezen in het boek van Maarten 't Hart 'Het Psalmoproer'  gesitueerd te Maassluis.
De oorlogsvloot had predikanten aan boord. VOC-schepen hadden zogenaamde ziekentroosters met hun Bijbels en bijbelse formulieren. Scheepskapiteins en hoger geplaatsten zoals Michiel de Ruyter lazen 's zondags aan de bemanning een bijbelhoofdstuk voor, terwijl bijvoorbeeld Michiel de Ruyter in zijn Scheepsjournaal bijbelse spreuken gebruikte.
Scheepsvrachtcontracten verwezen naar de Bijbel. Het landleger had veldpredikers in dienst, sinds prince Maurits.
De Staten betaalden de Statenvertaling en wilden hier dan ook ruime bekendheid aan geven. De Generale Synode der Kerken gehouden in 1618-1619 had besloten dat er een Voorwoord in de nieuwe bijbel zou komen maar steggelde enkele jaren met de landsregering over de vraag wie dit voorwoord zou schrijven.
Dit was een van de oorzaken waardoor de vertalers daadwerkelijk
pas in 1626 aan de slag konden gaan. De regering won de strijd om het voorwoord. Op de hiervolgende afbeeldingen kunt u dit voorblad lezen. Honderden jaren is dit blad aan het begin van de Statenbijbel opgenomen.

De Staten-Generaal saluut

Vervolg blad Staten-Generaal

De Nederlanden in opstand tegen Spanje, nederlandstalige bijbels door Spanjaarden verboden en verbrand
 
Aanloop naar de tachtigjarige oorlog (1568 – 1648)

In 1566 woedde de beeldenstorm in de Nederlanden (zie afbeelding hieronder) en de Spaanse koning Filips II (dit is de koning van Hispanje uit het Wilhelmus) die toen Heer der Nederlanden was, reageerde door de landvoogdes Margretha van Parma, die in zijn ogen te zachtzinnig was, te vervangen door de Hertog van Alva.

beeldenstorm                                                              

Zie hierboven een afbeelding van zo'n beeldenstorm. Hierbij speelden niet alleen religieuze motieven als verzet van de reformatiegezinden tegen het aanbidden van heiligenbeelden in de kerken een rol. Ook afkeer van de armen, die in slechte sociale omstandigheden leefden, tegen de pracht en praal in de Katholieke kerken speelde een rol, hoewel deze groep voor een groot gedeelte (nog) volop katholiek was. 
Zie hieronder afbeeldingen van een aantal heiligenbeelden zoals deze uit de Katholieke kerken door de beeldenstormers werden verwijderd en veelal vernield.

heiligenbeeld         heiligenbeeld
       
                                  Sint Rochus                                                              Sint Johannes de Doper
                                   Antwerpen                                                                                

heiligenbeeld     heiligenbeeld  
       
                                        Madonna met kind                            Sint George
                                        Parijs, circa 1380                              Luik, circa 1420

Alva liet Nederlandstalige bijbelbezitters streng straffen door de door hem ingestelde zogenaamde Raad van Beroerten die in de volksmond de naam Bloedraad kreeg (vanwege de vele uitgesproken doodvonnissen) en de bij huis zoeking gevonden bijbels werden verbrand. Bezitters ervan kregen een langdurige gevangenisstraf of de doodstraf. Dit gold speciaal voor predikanten; om maar dicht bij huis te blijven, zo werden bijvoorbeeld de dominees van Leerdam en Asperen in 1573 opgehangen, evenals de schoolmeester. Andere "ketterse" predikers werden verbrand of levend begraven, zie onderstaande gravures hiervan. Bij de rechtse afbeelding was eerst de man verbrand en nu werd ook de vrouw in hetzelfde vuur geduwd.

Verbranding ketters vrouw verbranding

Verschillende verhalen uit die tijd zijn opgetekend  / overgeleverd hoe bijbelbezitters de Spanjaarden soms te slim af waren en hun bijbel verborgen wisten te houden: het z.q. verhaal van de “gebakken bijbel“ vertelt hoe een boerin deze verstopte in het deeg van de broden die klaar lagen om in het bakhuisje in de oven gedaan te worden. Het “verdronken bijbel” verhaal hoe een bijbel waterdicht afgesloten in een varkensblaas in een waterput werd verstopt.

Alleen de bijbel gedrukt door  Moerentorf (Moretus) te Antwerpen in de Plantijnse drukkerij in 1599 was toegestaan om te bezitten. Afbeelding hiervan te zien bij het Hoofdstuk 'De Bijbel en de kerken' (Hoofdstuk 8). Dit was omdat deze namens de paus was goedgekeurd.

De collectie varieert qua formaat van de zeer kleine zogenaamde Geuzenbijbels, ook wel marskramersbijbels genoemd (deze waren zo klein om in het geheim vervoerd en gemakkelijk verstopt te worden bij huiszoeking door de Spanjaarden tijdens de 80-jarige oorlog, zie afbeelding hieronder) tot de enorme Statenbijbels van de Nederlandse regenten tijdens de gouden eeuw.     

Marskramersbijbel   

Zoals bijvoorbeeld een Statenbijbel op imperiaalformaat uit 1701 wat blijkens inscriptie door de (met naam genoemde) notabelen van het dorp Roosendaal is geschonken aan de Baron van Palland.

Toen op 1 april 1572 den Briel als 1e stad in Holland in handen van de Prins van Oranje viel na de verovering door de watergeuzen en in de maanden daarna de steden Veere, Enkhuizen, Oudewater, Gouda, Leiden, Dordrecht, Zierikzee en Gorinchem de kant van de opstand kozen werden in een deel daarvan al snel bijbels vrijelijk gedrukt en nu ook op groter formaat.
 Dordrecht zou eeuwenlang een centrum van bijbeldrukkerskunst blijven, echter de vrijheid van drukpers elders was soms van korte duur want bijv. Haarlem werd in 1573 weer door de Spanjaarden ingenomen, terwijl Zierikzee in 1576 weer in Spaanse handen viel. Over Dordrecht valt te vermelden dat direct in het bevrijdingsjaar 1572 drukker J. Canin een volledige bijbel uitgaf.
Zie verder over Dordrechtse Bijbeldrukkers bij het hoofdstuk: 'Bijbeldrukmethodes en Bijbeldrukkers'.

De vrije Statenvergadering van Holland en Zeeland die in 1572 werd gehouden besliste dat er vrijheid van godsdienst en van de uitoefening  daarvan zou zijn, zowel van de gereformeerde als ook de Rooms-Katholieke leer. In de praktijk bleek echter al snel dat de gereformeerde godsdienst een soor staatsgodsdienst zou worden. Rooms-Katholieken werden gedoogd en hadden wel gewetensvrijheid maar hun kerken mochten vanaf de openbare weg niet zichtbaar zijn (schuilkerken) en ze moesten jaarlijks de recognitiegelden betalen. Ze stonden in een kwade reuk wegens vermeende sympathieen voor de vijand Spanje, die immers als doelstelling nr. 1  had: 'de gereformeerde godsdienst uit te bannen'.  Daardoor bekleedden zij zelden een openbaar ambt. Zij hielden ook hun eigen bijbelvertaling, de zogenaamde Vulgaat. Ook de Luthersen en Doopsgezinden hadden hun eigen vertaling, voor hun kerken golden wat minder stringente eisen: ze mochten wel zichtbaar zijn vanaf de openbare weg maar mochten geen kerktoren hebben en geen klokken luiden. Zie meer daarover bij het hoofdstuk ' De bijbel en de kerken'.

2. Bijbeldruk methodes en Statenbijbeldrukkers

Er waren al niet zoveel bijbels in omloop, het drukken was een kostbaar en langdurig werk. Een vel werd stuk voor stuk gedrukt en aan een soort waslijn te drogen gehangen, pas daarna werd de achterkant bedrukt. Hieronder ziet u zo'n oude drukkerij (Plantijn te Antwerpen) afgebeeld.

Drukkerij Plantijn

Koperstukken op bijbel
U kunt zich indenken dat de oplagen dan ook klein waren. Het nam vaak meer dan een jaar in beslag getuige de voorbeelden waarbij het nieuwe testament, of de apocriefen, twee of zelfs drie jaren later is gedateerd dan het oude testament.

Door de acties van de Spanjaarden bleven er nog minder over en het mag dan ook bijzonder heten dat er een aantal exemplaren bewaard zijn gebleven en  in verschillende collecties te bezichtigen zijn.

De drukker moest ook kapitaalkrachtig zijn en langdurig eerst alleen kunnen investeren voordat hij geld ontving want na het drukken van de bijbel moest deze naar de bijbelbinder. 


Deze liet dan een schrijnwerker (de gilden stonden op specialisatie) twee eiken planken op maat maken; met hennepkoord werden de planken met de bijbel verbonden, ingenaaid, op model gebracht en over de planken werd dan perkament of rundleer gespannen, waarna een fraai embleem warm werd ingeperst.
Een kopergieter leverde op maat koperen sloten en hoekstukken waarmee de bijbel werd ingeklemd en eeuwen mee kon.

Van deze drukker van de eerste Nederlandstalige Bijbel in vrij Nederland, J. Canin, is verder bekend dat hij tot lid van de zojuist gestichte kerkenraad van de Gereformeerde Kerk in Dordrecht werd gekozen en waarschijnlijk ook de dienst heeft bijgewoond waarbij de Prins van Oranje aanwezig was. Canin was afkomstig uit Gent in Vlaanderen en in 1566 is hij gevlucht naar aanleiding van beschuldiging van beeldenstormerij.
Aangenomen wordt dat hij de bijbel van 1572 die hij in Dordrecht uitgaf, reeds (grotendeels) in ballingschap gedrukt had en in Dordrecht als het ware afgemaakt had.

In 1579 drukte Peter Verhaaghe een Nieuw Testament, hieronder afgebeeld. Aanvankelijk was hij voor de Spanjaarden gevlucht naar Engeland, en toen Dordrecht vrij werd in 1572, keerde hij terug en begon een drukkerij. Hij was een concurrent van Canin.

Landkaart van Dordrecht

Opmerkelijk was de clandestiene Statenbijbeluitgave uit het jaar 1641, gedrukt door Pieter Loijemans en Marten de Bot te Dordrecht. Dit was een verboden uitgave omdat er vanaf 1637 een privilege van exclusieve uitgave voor 15 jaar aan de uitgever weduwe Van Wouw door de Staten-Generaal was verleend (een zogenaamde piratendruk).

Hieronder een voorbeeld van de zogenaamde Waerschouwinge tegen het clandestien drukken van Statenbijbels.

Voorbeeld van een Waerschouwing vh clandestien drukken van Statenbijbels

In 1660 drukte Jan Barends Smient te Dordrecht een foliant Statenbijbel. Een aantal foto's van Dordrechtse Statenbijbeluitgaven vindt u hieronder. Interessant om te zien zijn de verschillen tussen de landkaarten van Dordrecht van de verschillende drukkers en de jaren van uitgave.

Landkaart van Dordrecht

Acte van consent van Jan Berk

Landkaart van Dordrecht


Terwijl de bakermat van het later zo beroemd geworden geslacht KEUR eveneens in Dordrecht gevonden wordt. De grondlegger was Jacob Braat, met de drukkerij: "In de werckende hoop", die in 1662 een volledige Statenbijbel uitgaf. Zijn stiefzoon was de eerste van het vermaarde Bijbeldrukkersgeslacht KEUR; Dit bestond tenslotte uit respectievelijk
Hendrik I
Jacob I
Pieter
Hendrik II
Jacob II
KEUR, die in 1666 hun eerste Statenbijbel uitgaven en als geslacht dit werk meer dan een eeuw continueerden. Hun eerste bijbels gaven ze uit in compagnie jmet Marcus Doornick te Amsterdam. Latere uitgaven werd tevens een neef van Marcus Doornick, te weten Pieter Rotterdam te Amsterdam, erbij betrokken. De derde generatie KEUR was inmiddels financieel zo sterk en had zo'n dominante marktspositie dat zij andere drukkers niet meer nodig hadden.

De KEUR Statenbijbels waren van de allerbeste kwaliteit, voor de omslag werd zwaar rundleder aangewend, het hout was van eiken wagenschot, sterk papier met zware hennepen koorden werden de katernen in het hout vastgezet, Op het leder werden de koperen sloten vaak in de voor hen zo karakteristieke krab ofwel spinmodel opgezet. Er waren nagenoeg geen drukfouten in deze KEUR Statenbijbels aanwezig.
Tot op de dag van vandaag worden nog Statenbijbels gedrukt/herdrukt naar de beste uitgave van KEUR.


Hieronder vindt u een afbeelding van het verlenen van autorisatie aan de familie Keur om de Statenbijbel te mogen drukken door Borgemeesters ende Regeerders der Stadt Dordrecht uit het jaar 1747.

Acte van Autorisatie Dordrecht

3. De aanzet tot de Statenvertaling

De eerste complete Nederlandstalige bijbel verscheen in 1480, de z.g. Keulse bijbel. Zie de afbeelding van een bladzijde uit deze bijbel, aan het museum geschonken door de heer G. Thijsen te Geldermalsen.

Keulse bijbel

Deze was gedrukt bij Heinrich Quentell en waarschijnlijk gebaseerd op een vertaling afkomstig uit het Kartuizer-klooster van Herne in Vlaanderen en gedrukt in Delft in 1477 (het eerste in Noord-Nederland gedrukte boek). Door hen werd deze gedeeltelijke bijbel vanuit de Latijnse Vulgaat in het Vlaams/Nederduits vertaald en later waarschijnlijk bewerkt door een aantal van de navolgers van Geert Grote te Deventer.  Direct na deze uitgave gaf de paus al instructie om streng op te treden tegen de drukker, de bijbelbezitters en de lezers. In 1516 gaf Erasmus van Rotterdam (zijn standbeeld aldaar geeft hem weer met in zijn handen een boek... of is het een bijbel?) een Nieuw Testament uit in de Griekse taal. Zie afbeelding hieronder (weliswaar van een latere uitgave). De eerste Nederlandstalige bijbel na de kerkhervorming was de Liesveld bijbel uit 1526; deze was gebaseerd op een Duitse vertaling van Maarten Luther. Deze bijbels werden door de Spaanse overheid verboden en zijn gehele voorraad werd in 1535 verbrand.

Nederlandse bijbels in die tijd waren vertaald uit het Duits of Frans of Latijn en bevatten zowel vertaal- als drukfouten. Langenes
Er kwam behoefte aan een nauwkeurige vertaling direct uit de grondtalen, die voor het Oude Testament Hebreeuws is en voor het Nieuwe Testament is dat Grieks. De Hollandsche Staten wezen in 1594 Marnix van Sint Aldegonde (de dichter van ons Wilhelmus) aan als bijbelvertaler. Maar toen hij in 1598 stierf waren nog maar enkele  fragmenten gereed gekomen.

Ook Arnoldus Cornelisz. van Delft en Helmichius van Amsterdam kregen eenzelfde opdracht maar overleden respectievelijk in 1605 en 1608 en waren ook niet veel verder gekomen.
Het werk bleef grotendeels liggen totdat op de in Dordrecht gehouden Nationale Synode 1618-1619, waaraan 61 Nederlandse predikanten, ouderlingen en professoren deelnamen met 20 afgevaardigden van de Statengeneraal en 26 afgevaardigden van buitenlandse kerken zoals die van Hongarije (een aantal van hun predikanten werd een aantal decennia later door de Turken gevangengenomen en als galeislaaf door Michiel de Ruijter bevrijd, vandaar zijn nog steeds bestaande standbeeld in Hongarije) tot deze directe vertaling werd besloten.

De Statengeneraal zou de kosten dragen, vandaar de naam Statenvertaling. Het ging voor een, voor die tijd, zeer groot bedrag. Zeker voor een land dat in oorlog was. Zie voor motivatie hiervan het Hoofdstuk ' Nederlandse taal voor een belangrijk deel ontleend aan de Statenvertaling'.

De vertalers vestigden zich te Leiden waar de Prins van Oranje de Universiteit had geschonken (als beloning voor de heldhaftige volharding tijdens het beleg van Leiden door de Spanjaarden tot de ontzetting door de watergeuzen in 1574) en zij de Universiteitsbibliotheek konden gebruiken.
De vertalers hadden van de Staten-Generaal het octrooi op de Statenbijbel gekregen vanaf de eerste uitgave. Maar in 1635 verkochten de vertalers  hun rechten aan de burgemeesters van Leiden. De vertalers van het Oude Testament ontvingen 1.500,- gulden en de vertalers van het Nieuwe Testament 1.200,- gulden en ieder een groot formaat Statenbijbel uit de toekomstige uitgave. De burgemeesters verkochten het octrooi weer aan de uitgever weduwe Van Wouw, die de eerste Statenbijbels bij Paulus Aertsz van Ravesteijn in Leiden (voorwaarde van de burgemeesters) liet drukken. Om dit enorme werk aan te kunnen maakte hij in zijn drukkerij gebruik van drie persen. Onder op de titelpagina staat een stadsgezicht van Leiden afgebeeld. Het eerste exemplaar was bij de drukker in 1636 gereed en werd in 1637 plechtig aan de Statengeneraal aangeboden. De statenbijbel was daarmee een feit, en 160 jaar lang, tot er met het koningrijk Holland een scheiding kwam tussen kerk en Staat, trok er iedere 3 jaar een groep afgevaardigden van de Staten-Generaal in plechtige optocht per trekschuit van de regeringsgebouwen in Den Haag naar Leiden om de recent gedrukte exemplaren te vergelijken met de originele 1e druk.

Een aantal eerste drukken van de Statenbijbel uit 1636 bevindt zich  met handtekening van de afgevaardigde van de Statengeneraal Barend Langenes in de collectie.
Hieronder vindt u twee afbeeldingen van een eerste druk uit 1636. Echter het stadsgezicht is verschillend. 
Landkaart van Leiden
Leiden zonder stadswallen.

Landkaart van Leiden
Leiden met stadswallen.


Hoewel de weduwe Van Wouw met het stadsbestuur van Leiden had afgesproken dat Ravesteyn zijn drukkerij zou verhuizen van Amsterdam naar Leiden, en daar de Statenbijbel zou drukken, drukte zij reeds in 1641 in haar eigen drukkerij in Den Haag ook reeds Statenbijbels. De weduwe Van Wouw was een machtig figuur. Ze was de dochter van een Haagse burgemeester (ook wijlen haar man was een burgemeesterszoon) en haar bedrijf was de officiele staatsdrukkerij van de landsregering. Toen enkele jaren na haar overlijden haar zoon blijkbaar niet zo geschikt was om het bedrijf te leiden er vanaf wilde, werd door niemand minder dan de Raadspensionaris Cornelis de Witt een opvolger gezocht. Hij vond deze in de persoon van Jacob Scheltus. Hieronder vindt u een exemplaar van een bijbel door de weduwe in 's-Gravenhage gedrukt.

Van Wouw - bijbel, 1641

Al vrij snel na de eerste druk bleek dat er drukfouten waren gemaakt. Er werd besloten een commissie van corrigeerders in te stellen en in 1657 verscheen de zogenaamde CORRIGEERBIJBEL van Ravesteyn, Van deze bijbel vindt u hieronder het titelblad afgebeeld.

Op de vorige drie afbeeldingen stond nog in een lichtende driehoek bovenaan het 'TETRAGRAM', symbool van de Triniteit Gods. Bij onderstaande bijbel wordt dit niet meer vermeld en ook bij latere uitgaven wordt dit niet meer gedaan.

Ravesteyn 1657

4. Bijbels met landkaarten

De oudste bijbelkaart in het museum aanwezig zit in een bijbel die in 1538 gedrukt is door Liesvelt in Antwerpen. Het is een houtsnede kaart die gebaseerd is op een ontwerp die Lucas Cranach in ca. 1510 als landkaart maakte. Hieronder ziet u de kaart en het titelblad van de Liesveltbijbel afgebeeld.



 

Een zeer bekende kaartenmaker in de zeventiende eeuw voor o.a. bijbels was Ds. Petrus Plancius, de bekende stimulator van de reis naar India om de noord. Deze eindigde echter met de schipbreuk en overwintering op Nova Zembla. We gaan op hem dieper in omdat zijn kaarten voor meerdere latere kaartenmakers de grondslag vormden..
 Plancius was geboren in 1551 te Dranoutre in West-Vlaanderen. Hij ging theologie, geschiedenis en talen studeren in Engeland en er wordt wel beweerd dat hij de exacte vakken van de beroemde geograaf Mercator heeft geleerd. In 1572 was zijn studie voltooid en werd hij predikant in respectievelijk Mechelen, Leuven en Brussel.
Bij de verovering van Brussel door de Spanjaarden in 1585 wist hij als soldaat verkleed te vluchten naar Noord-Nederland. Hij werd predikant te Amsterdam en was daarnaast ook zeer bezig met geografie. Hij had een dikke vinger in de pap bij de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602. Hij examineerde de ziekentroosters (soort hulppredikanten die met de schepen van de VOC meevaarden) en gaf vanaf de kansel van de Nieuwe Kerk les aan de zeelieden van de VOC. Deze brachten tevens van verre reizen Plancius steeds op de hoogte van nieuwe ontdekkingen; hij wist Spaanse en Portugese zeekaarten te bemachtigen die in die tijd een stuk verder waren met het bevaren van onbekende werelddelen dan de Nederlanders. Van Franse en Engelse zeelieden wist hij ook hun scheepsjournalen en zeilaanwijzingen te bemachtigen. Dit alles verwerkte hij in zijn kaarten. Zijn eerste wereldkaart dateert van 1592 en vindt u hieronder afgebeeld. De graveur was Baptista Doetecomius, ook wel Deutecom genoemd, wiens naam ook op de kaart vermeld staat.
De afgebeelde kaarten van zijn hand bevinden zich in een bijbel van bijbeldrukker Canin uit Dordrecht en het titelblad is hier ook afgebeeld en de kaarten vindt u hieronder.



 


plancius kaart

plancius

plancius

plancius

plancius

De wereldkaarten in de Statenbijbels uit de voorgaande decennia bestrijken de tijd midden in de grote ontdekkingsreizenperiode en geven een goed beeld van de voortschrijdende nieuwe ontwikkelingen, waardoor bijvoorbeeld zichtbaar is dat Australië aanvankelijk nog maar voor een deel is weergegeven, aangezien dit continent vanwege de gevaarlijke riffen nog niet geheel omzeild was (denk aan de stranding van het schip 'de Geldermalsen’). 
Australie
Cornelis de Houtman voer als eerste Nederlandse schipper in 1595 naar Oost-Indië met een 2 jaar durende tocht en Olivier van Noort zeilde als 1e Hollandse kapitein in 1598 een reis om de wereld. De Nederlandse kaartenmakers ontwikkelden zich tot de beste ter wereld.
Op kaarten in bijbels van telkemale latere uitgaven zien we steeds minder witte plekken met nog niet bezeilde gebieden.

Kleurwereldkaart
Kaart2Kaart2


5. Geïllustreerde bijbels

Naast genoemde landkaarten bevatten een aantal bijbels talrijke houtsnedes, etsen en kopergravures welke een inzicht geven in de Nederlandse binnenhuisinrichting, jacht, visserij en landbouw in de jaren rond 1600-1800. We zien bijbelse taferelen ingetekend in/op/bij Nederlandse kastelen, kasteeltuinen, steden, dorpen, rivieren, bruggen, landhuiskeukens met toebehoren zoals fazanten, patrijzen, hazen, vissen, knollen, kolen met keukengereedschap zijn in de jaren 1600-1680 minutieus in gravures en etsen vastgelegd.

Hieronder een gravure van 'ark van Noach', getekend door Jan van Londerseel en gegraveerd door Chrispijn de Passe, 1612. Er bestaan twee afbeeldingen van. 1 bevindt zich in de Grote Prentbijbel van Reynier en Josua Ottens, z.j., en de andere in de Grootte Figuerbijbel van Philip Schabalie, 1646.

De tekenaar Jan van Londerseel noemde zich op een andere gravure die in ons bezit is Joannes Londerselius. Hij is geboren in Antwerpen in 1578 en overleed in Rotterdam voor 7 januari 1625. Waarschijnlijk heeft hij in het atelier van Abram de Bruyn zijn opleiding gehad. Deze was de vader van zijn zwager, Nicolas de Bruyn. Rond 1600 volgde hij zijn broer Ahassuerus naar Rotterdam. Daarnaast weten we dat hij in 1614 in Delft woonde.

De graveur Chrispijn de Passe leefde van 1564 tot 1637 en is geboren in Arnemuiden. Hij heeft voor meerdere tekenaars de gravures gegraveerd, onder andere voor Marten de Vos en Maarten van Heemskerck, die verderop in dit artikel aan de orde zullen komen.

Ark van Noach




















Zie hieronder een voorbeeld van een gevelsteen uit Amsterdam waarvan de beeldhouwer bovenstaande gravure getiteld 'de Ark van Noach' als voorbeeld heeft genomen. Deze bevindt zich in de Sint Olofssteeg nummer 12. Over een flink aantal gevelstenen met bijbelse voorstellingen kunt u informatie vinden op de site www.amsterdamsegevelstenen.nl


Ark Noach

Hieronder een afbeelding van het titelblad van de uitgave 'Theatricum Biblicum', gedrukt in 1674, uitgegeven bij Nicolaum Johannis Piscatorem (Nocolas Visscher).
Rechts: uit deze uitgave een gravure van de ark van Noach, zoals getekend door Marten Hemskerck (Maarten Heemskerck). De graveur was Cornelis Cort.

ark van noach  ark van noach

Hieronder opnieuw twee gravures van de ark van Noach, gemaakt door dezelfde kunstenaars. De namen van Hemskerck ziet u links onderaan, die van Visscher in het midden en de naam van de graveur staat rechts onderaan.

ark van noach

Maarten van Heemskerck, die ook de tekening voor de gravure hieronder heeft gemaakt, leefde van 1498 tot 1574. Hij is geboren als Maerten van Veen en hij veranderde zijn naam omdat hij graag wilde dat zijn geboorteplaats Heemskerck meer bekendheid zou krijgen.
Hij ging in de leer bij de later zo beroemd geworden Jan van Scorel en op zijn advies reisde hij naar Italie, in 1532.
Hij werd al snel succesvol en werd door de schilder Giorgio Vasari in diens schildersboek genoemd als een bekwaam schilder van figuren en landschappen. In 1536 kwam hij terug, vestigde zich te Haarlem waar hij tot zijn dood bleef. Hij schilderde en tekende bijbelse en allegorische taferelen.
De Italiaanse invloeden zijn in zijn tekeningen van de ark van Noach wel erg prominent aanwezig. Hij heeft deze namelijk weergegeven als het Venetiaanse Dogenschip.
In Haarlem was hij van 1550 tot 1552 keurmeester voor het Sint Lucasgilde. Van '53 tot '55 stond hij aan het hoofd van het gilde.
Hij was bijzonder gezocht als schilder en tekenaar wat hem tot een vermogend man maakte. Hij maakte tevens ontwerpen voor tapijten en ontwierp glas-in-loodramen voor de Karmelietenkerk in Haarlem.

De graveur van deze etsen is Cornelis Cort die leefde van 1533 tot 1578. Hij was leerling bij De Cock in Antwerpen en werkte in Rome van 1563 tot 1566. In heel wat musea zijn er werken van zowel Cornelis Cort als van Maarten van Heemskerck aanwezig.

ark van noach

Hieronder vindt u een weergave van het titelblad van een prentbijbel, uitgegeven door Jan Schabalje (J.P. Schabaelie). Hij was oorspronkelijk doopsgezind predikant maar verstigde zich later als uitgever en handelaar in gravures en etsen. De gravures die we volgend weer zullen geven zijn gemaakt door Pieter van der Borcht, op dit titelblad weergegeven met zijn Latijnse naam Petro vander Burgio. Petrus, zoals hij ook genoemd wordt, is geboren in Mechelen rond 1540. Hij is waarschijnlijk een zoon geweest van Jacques van der Borcht die in 1562 deken van het schildersgilde in Mechelen werd.
Het eerste werk wat Petrus gemaakt heeft was in opdracht van Jacob van Liesveldt, bekende bijbeldrukker te Antwerpen die later door de Spanjaarden onthoofd is.
In 1564 begon Petrus te werken voor de beroemde drukker Christoffel Plantijn te Antwerpen. Hij maakte onder anderen gravures voor het beroemde plantenboek van Rembert Dodoens (Herbarum Historiae).
In 1572 werd Mechelen door Alva (de Spaanse hertog) ingenomen, die een driedaags bloedbad in de stad aanrichtte. Petrus wist met zijn vrouw en kinderen in kommervolle omstandigheden te vluchten naar Antwerpen waar hij in het huis van Plantijn werd opgenomen. Tot zijn dood is hij voor Plantijn blijven werken.
Hij werd lid van het Sint Lucasgilde te Antwerpen en van 1589 tot 1592 was hij daarvan deken.
Werk van zijn hand is te zien in het Plantijn (Plantin) Moretusmuseum te Antwerpen.
De ark van Noach is door hem hier weergegeven in de vorm van Spaanse galjoenen.

Johanne Philippi Schabaelie

Hieronder ziet u van de hand van Petrus van der Borcht de bouw van de ark van Noach en daarnaast de dieren die in de ark van Noach komen.
ark van noach  ark van noach

Linksonder: de ark van Noach, getekend door Petrus van der Borcht, drijvend op het water.
Rechtsonder geeft hij de landing van de ark van Noach weer op de berg Ararat, waarna de dieren de ark verlaten.

ark van noach  ark van noach

Hieronder is weergegeven het titelblad van de zogenaamde 'Grote bijbel' van Pieter Mortier, uitgegeven in 1700. Deze titelprent is getekend door Elliger en gegraveerd door Van der Grouwen.
Boven het hoofd van de vrouw zien we het symbool van het uitstorten van de Heilige Geest weergegeven. De vrouw zelf stelt het geloof voor. Links van haar een anker, symbool van de hoop, en een vaas met een vlam erboven, symbool van de hoop. Oftewel: geloof, hoop en liefde.
Van deze bijbel is het prospectus bewaard gegeven en daarom is er veel van bekend en weten we ook wat een bijbel in die tijd kostte, dat was namelijk 36 gulden op gewoon papier en 47 gulden op groot papier.
Zeer uitvoerig wordt het geheel beschreven in het boek van Wilco C. Poortman 'Bijbel en Prent'.
 
ark van noach

Hieronder vindt u twee gravures van de ark van Noach zoals deze getekend zijn door J. Goeree. Hij was geboren in Middelburg in 1670. Hij overleed in Amsterdam in 1731. Hij genoot dermate veel aanzien als kunstenaar dat hij door de regering van Amsterdam in 1705 opdracht kreeg de schetsen te maken voor het gewelf van de Grote Zaal van het Stadhuis.
De plaatsnijder van onderstaande kopergravures is Jacob Baptist. Hiervan zijn ons geen gegevens bekend. We houden ons aanbevolen voor informatie.
ark van noach  ark van noach

Hieronder: een afbeelding van de ark van Noach die zich bevindt in een Keurbijbel uit 1756. De gravure is afkomstig uit de prentbijbel van Picart en Pieter De Hondt, gedrukt in 1720.
De tekenaar is Gerard Hoet die leefde van 1648 tot 1733. Hij was een bekwaam tekenaar, schilder en graveur. Vanaf 1674 woonde hij in Utrecht waar hij een tekenacademie voerde. Later is hij naar Den Haag verhuisd.
De tekening is in het koper gesneden door G. van der Gouwen.

ark van noach

Hieronder: een afbeelding uit een prentbijbel waarvan helaas het titelblad ontbreekt. Indien iemand de gravure herkent houden we ons voor informatie aanbevolen. De tekenaar/schilder is Raph. Sanctius en de graveur was F. Ambrosi.
Evenals meerde bijbels in deze serie op de site afgebeeld bevat de gravure Latijnse onderschriften. U ziet hier de ark nog als geraamte.

ark van noach

Op deze afbeelding is de ark klaar en geland. De dieren verlaten hier de ark terwijl de familie toekijkt.

ark van noach

Hieronder een kopergravure uit een uitgave van Flavius Josephus, gedrukt door de weduwe van J.J. Schippers te Amsterdam in 1683. De tekenaar en graveur worden niet vermeld, er wordt alleen op het titelblad weergegeven dat de uitgave met 'schone cooperen platen vercierd is'.


 ark van noach    ark van noach   

Hieronder een weergave van een kopergravure die niet gesigneerd is. Deze is uitgegeven in de viertalige prentbijbel van Reinier en Josua Ottens, ongedateerd maar waarschijnlijk omstreeks 1700 gedrukt. Ook de onderschriften onder de gravures zijn viertalig.

ark van Noach    ark van noach

Hieronder twee houtsnedes uit een Rooms-Katholieke bijbel (Biblia Sacra) van de hand van de houtsnijder/tekenaar Christoffel van Sichem.

ark van noach  ark van noach  ark van noach

Hieronder vindt u, eveneens van de hand van Christoffel van Sichem, de ark van Noach weergegeven. Het is de uitgave van Bibels Tresoor of der Zielen Lusthof, uitgegeven door P.L. Paets in 1646.

ark van noach  ark van noach
Koper2


Koper3


Pas na het  jaar 1680 
werd Israël / Kanaän / Egypte door een Nederlandse tekenaar bezocht en zagen de
 illustraties er meer Oosters georiënteerd uit en werden bijvoorbeeld kamelen niet meer als een paard met een bult en slangenhals afgebeeld en de piramiden niet meer als een Nederlands torenspits.

 pyramide

Het zijn vaak houtsneden, gravures, etsen van nu nog bekende meesters zoals Christofel van Sichem, Albrecht Durer, Jan Luiken, Hondecoeter, Marten de Vos, David Vinckboom, Hendrik Goltzius, Maarten Heemskerk enz.
Hieronder ziet u een kopergravure van Jan Luiken uit 1702. Bijna altijd zijn de graveur en de schilder/tekenaar twee verschillende personen. Een schilder kon zelden goed graveren en een goede graveur kon bijna nooit goed schilderen/tekenen.
De tekenaar vermeldde zijn naam onderaan de gravure met het woord: 'inventit' d.w.z. : 'Ik heb dit getekend/ontworpen'  en de graveur zette achter zijn naam: 'fecit' d.w.z. : 'Ik heb deze gravure gemaakt.'
Soms staat er ook bij: 'In het koper gebracht door...' en dan volgt de naam van de graveur.
Echter, Jan Luiken was in beide zeer bekwaam en daarom staan beide aanduidingen op zijn naam.
Hij maakte erg veel werk van een gravure. Als je een vergrootglas gebruikt, zie je dat zelfs de kleinste dieren of mensen nog als het ware in beweging zijn.

Houtsnede1houtsnede2
houtsnede3houtsnede4
houtsnede5

Er zijn afbeeldingen bij die als voorbeeld hebben gediend voor Delftsblauwe openhaardtegels met bijbelse afbeeldingen en de betreffende gravures zijn door een auteur van een naslagwerk over deze tegels in de collectie gefotografeerd en beschreven in zijn boek.
DelftBlauw1 Delfblauw2
Na de enigszins primitieve houtsneden is steeds het voortschrijden van de drukkerskunst te zien in gravures, etsen, steendrukken, Litho; de aarzelende eerste vormen van kleurendruk met in het begin nog een beperkt aantal kleuren met uitvloeiende lijnen omdat ieder vel voor iedere kleur weer opnieuw door de pers ging tot een steeds betere beheersing hiervan toe.


6. De (Staten)bijbel en de Nederlandse taal

De Nederlandse taal in de jaren 1600 – 1850 is voor een flink deel gevormd door de Statenbijbeltaal, hoewel enkele moderne wetenschappers hier wat minder stellig in zijn en een enkele zelfs een afwijkende mening over heeft.

Er zijn historici die menen dat het besluit om de vertaalkosten van de Statenvertaling voor staatsrekening te nemen niet geheel voortkwam uit genegenheid tot de gereformeerde leer maar dat er ook staatsbelangen een rol in speelden. Te weten:
te komen tot één uniforme Nederlandse taal.
Nederland was nog een zeer jonge natie waarin de zeven verenigde gewesten nog een zeer grote zelfstandigheid hadden, zoals eigen rechtspraak, eigen munt en min of meer een eigen taal. Een Zeeuw en een Groninger konden elkaar in die tijd niet verstaan. Bij de keuze van de vertalers heeft dan ook aanvankelijk mede zoveel verantwoord/mogelijk was hun afkomst uit de verschillende provincieën een rol gespeeld om de statenvertalingstaal een samenbindende rol te laten vervullen.    

Indirect was er voor de vertalers en revisoren uit de zeven gewesten en het Landschap Drenthe een belangrijke rol voor de Vlamingen ingevuld. Deze waren om de geloofsvervolgingen gevlucht voor het Spaanse bewind in de Zuidelijke Nederlanden naar de Staten van de Unie van Utrecht.
Bijvoorbeeld: Faukelius, Waleus en Gomarus waren geboren in Brugge, Baudartius was geboren in Deinsen (Vlaanderen) en tenslotte Damman en Thijsius, zij waren in Antwerpen geboren.

Vooral na de verovering van Antwerpen door de Spanjaarden, in 1585, waren er velen naar de Noordelijke Nederlanden gevlucht waaronder veel geleerden. En in de praktijk  heeft hun deelname aan de vertaling er een zwaar stempel op gezet.
Tal van uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes zijn er aan ontleend. C.F. Zeeman geeft er in zijn naslagwerk ' Spreekwoorden, enz. aan de bijbel ontleend'  meer dan duizend weer.

Niet iedereen zal bijvoorbeeld weten dat de uitdrukking: ‘ hier wil ik een kanttekening bij maken’ gebaseerd is op de kanttekeningen in de Statenvertaling die aan de kant van de bijbeltekst staan en een verklaring voor de zogeheten duistere woorden weergeven.

De uitdrukking ‘Abraham zien'  als iemand 50 jaar wordt, een Jobsgeduld hebben, Salomo’s wijsheid (ook afgebeeld op gevelsteen hieronder) en ontelbare andere komen hier vandaan. We geven aantal spreekwoorden en gezegden door waarvan je niet direct zou denken dat ze uit de Bijbel afkomstig zijn.

-  ' muggenzifter',
-  ' in zak en as zitten',  
-  'een goede buur is beter dan een verre vriend' ,
-  ' wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet' ,
-  ' dat is mij een doorn in het oog'
-  ' daar kraait geen haan naar'
-  ' op handen gedragen'
-  ' de handen in onschuld wassen'
-  ' hoogmoed komt voor de val'
-  ' zondebok'
-  ' niet in goede aarde vallen'
-  ' in een goed blaadje staan'
-  ' de deugd in het midden'
-  ' doe wel en zie niet om'
-  ' hinken op twee gedachten'
-  ' iets op eigen houtje doen'
-  ' wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in'
-  ' iets met de mantel der liefde bedekken'
-  ' in de put zitten'. Deze is ook als gevelsteen afgebeeld. Evenals andere bijbelteksten op oude gevelstenen zijn afgebeeld en op gebouwen als opschrift.

Zie hieronder enkele gevelstenen met Bijbelse voorstellingen.

Salomo's wijsheidGevelsteen Vlucht naar Egypte

Bijbels met deze kanttekeningen en ook voorlopers ervan, zijn in de collectie te zien.

7. De Bijbel en de (school)jeugd

Geschiedenis van het Bijbels lager onderwijs in Nederland in een notedop

In de Nederlandse Republiek was er gedurende de jaren ca. 1600-1795 openbaar onderwijs op gereformeerde grondslag door de overheid geregeld. De staat stelde alleen schoolmeesters aan die de goedkeuring van de gereformeerde plaatselijke kerkenraad verkregen hadden. In de dorpen was vaak de schoolmeester/het schoolhoofd ook vaak beheerder van de plaatselijke begraafplaats en voorzanger in de gereformeerde kerk aldaar.
De school was toegankelijk voor iedereen en de kinderen op de (lagere/basis)school werden onderwezen o.a. in de bijbelse leer, de Heidelbergse catechismus en leerden een groot aantal berijmde psalmen uit het hoofd. Aanvankelijk uit de berijming van Petrus Datheen en vanaf 1773 uit de door de overheid goedgekeurde en voorgeschreven berijming. (Zie ook het boek van Maarten 't Hart 'Het psalmoproer te Maassluis'. )      
Er was geen schoolplicht. De gegoede standen zorgden voor huisonderwijs naar hun eigen opvattingen en in de katholieke streken van ons land werden scholen uitgaande van de Rooms-Katholieke kerk min of meer gedoogd.

Prentbijbel Rebus    Rebusbijbel           
Hierboven 'de kleine Printbijbel'  gedrukt in 1772 en daarnaast een bladzijde uit de inhoud. Kinderen konden op deze rebus-achtige manier de bijbelteksten goed onder de knie krijgen.

Bijbels jeugdleerboek

Hierboven een op de bijbel gebaseerd opvoedkundig leerboek voor de jeugd en opgedragen aan de jonge princes van Oranje en Nassau, gedrukt in 1705.


Met de omwenteling van 1795 (scheiding van Kerk en Staat) kwam hier een einde aan. Er brak nu juist een periode van sterk contrast aan.
Voor 1795 was bijbels onderwijs verplicht voor iedereen die een publieke school bezocht, of men wilde of niet. Na 1795 was bijbels onderwijs aan de publieke scholen naar de mening van de overheid ongewenst en bepaalde zich tot het opvoeden van leerlingen in alle zogenaamde christelijke en maatschappelijke deugden.  
Per schoolreglement werd soms zelfs uitdrukkelijk verboden op de school psalmen te leren/te zingen of de catechismus te leren.
Het was aan ouders/kerken niet verboden om protestants-christelijke c.q. Rooms-Katholieke scholen te stichten/in stand te houden, maar dan wel geheel op eigen kosten (dit werd 'bijzonder onderwijs' genoemd). Dit terwijl het openbare onderwijs geheel door de staat werd bekostigd.
Toch waren deze 'bijzondere scholen' er en met grote financiele offers van ouders van leerlingen, onderwijzend personeel en sympathisanten werden ze in stand gehouden. Plaatselijk komen verschillende namen voor van deze scholen zoals:
- Christelijke lagere school
- Hervormde lagere school
- Gereformeerde lagere school
- School met den Bijbel (voluit vaak geheten: Vereniging tot stichting en instandhouding van een school met den bijbel)
- Rooms-Katholieke lagere school.
Soms heten ze naar een kerkelijk of politiek belangrijk figuur die een grote rol heeft gespeeld in de totstandkoming van een bepaalde school, zoals:
- Groen van Prinstererschool
- A. Kuyperschool
- de Savorning Lohmanschool
- ds. Kerstenschool
Of naar een bijbeltekst zoals:
- Eben Haezerschool
- Rehobothschool
Of bij RK-scholen een vernoeming van een figuur/begrip uit hun kerkleer:
- heilige hartschool
- St. Jozefschool

Soms vormde de plaatselijke kerkenraad het bestuur of werd het bestuur gekozen door leden van de schoolvereniging.
Het kwam voor dat het hoofd van de school in aanvang gereformeerd moest zijn terwijl zijn opvolger dan hervormd moest zijn en dienst opvolger weer gereformeerd enz.
Bij de politieke verkiezingen van het parlement in 1888 ontstond er een confessionele meerderheid bestaande uit protestanten en Rooms-Katholieke kamerleden. In 1889 werd er bij wet de eerste stappen naar financiele gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs gerealiseerd. In 1920 was deze gelijkstelling voltooid. De zogenaamde schoolstrijd was ten einde; de wet bracht ook praktische vrijheid tot het stichten en voeren van een bijzondere school, mits aan de geldende kwaliteitseisen en minimum leerlingenaantallen werd voldaan.

kinderboek

Hierboven een bladzijde uit een 18e-eeuws gedichtenbundel met afbeeldingen van beroepen en een godsdienstig gedicht ernaast.  Braafheid wordt sterk positief naar voren gebracht.

           
             Nieuw Leven

Hierboven een negentiende-eeuwse uit het Engels vertaald Bijbels tractaat getiteld: ' het Nieuwe Leven. Woorden Gods voor de jonge kinderen in Christus' .

Christenreis   christenreis bunyan

Hierboven het meest vertaalde boek ter wereld en nog steeds volop gedrukt: ' de Pelgrimsreis'  door John Bunyan, voor het eerst verschenen in 1678 in Engeland. Hier zat de schrijver in de gevangenis omdat hij de staatsgodsdienst niet volgde maar de doopsgezinde religie uitdroeg. Al snel werd het boek in andere landen vertaald en gedrukt. Rechtsboven ziet u een uitgave uit 1682, gedrukt bij Johannes Boekholt, wonende in de Gaper-Steegh by de Beurs te Amsterdam.
Kinderen werden hier al jong uit geleerd waarbij de vele illustraties als geheugensteun dienden.
In dit boek wordt de reis beschreven van Christen uit de stad Verderf naar het hemelse Jeruzalem aan de hand van vele bijbelteksten die op
de toepasselijke plaatsen in het verhaal geciteerd worden.

Bijbelse printverbeeldingen    bijbelgravure reynier van anslo

Hierboven bijbelse vertellingen met kopergravures voor de jeugd gedrukt in Amsterdam in 1742, vertaald door Reynier van Anslo. Afgebeeld is de droom van Jacob waarbij engelen langs een ladder op en neer naar de hemel gingen. Ons woord 'Jacobsladder' in de industrie is daarvan afkomstig.

prentbijbel voor kinderen

Prentbijbel voor kinderen om uit te leren.

kaapsche kinderbijbel  katholiek jeugdboek

Linksboven: een kinderbijbel bewerkt door een leraar der gereformeerde kerk in Zuid-Afrika en ook volop in Nederland verkocht. Rechtsboven: een onderwijsboek der jeugd in de christelijke godvruchtigheid door priester Karel Gobinet. De Kaapsche Kinderbijbel gaf aan alleen op de bijbel gebaseerd te zijn. Het Katholieke werk daarentegen vermeldt: ' getrokken uit de Heilige Schriftuer en de Heilige Vaders'. Hieruit blijkt wel het duidelijke verschil tussen beide opvoedkundige jeugdboeken.

v der palm jeugdbijbel  v der palm jeugdbijbel

Hierboven is afgebeeld een Bijbel voor de jeugd, samengesteld door J.H. van der Palm. Rechts een gravure uit deze bijbel. Van der Palm begon zijn ambtelijke loopbaan als predikant in Maartensdijk in 1784. Later werd hij hoogleraar in Leiden terwijl hij van 1799 tot 1805 Minister van Onderwijs was in de Bataafse Republiek. Daarna werd hij weer hoogleraar. Hij was in zijn tijd beroemd als schrijver en redenaar en begon in 1818 aan een nieuwe bijbelvertaling die in 1830 klaar was. Naast een complete bijbelvertaling schreef hij ook deze bijbel voor de jeugd die in kleine deeltjes werd uitgegeven.

 

Linksboven: een uitgave van bijbelse geschiedenissen met houtgravures. Het was een gewild werk en hierboven is een zevende druk afgebeeld (100e tot 125e duizendtal).
Rechtsboven: de bijbel voor kinderen van ons volk. Deze is uitgegeven door de bijbelkiosk van Amsterdam. Deze vereniging beijverde zich de bijbel op ruime schaal in Nederland te verspreiden en derhalve probeerde men deze tegen een zo laag mogelijke prijs beschikbaar te stellen. Het eerste deel van deze bijbel begon in 1941 maar werd in 1942 door de Duitsers vernietigd. Na de oorlog begon men opnieuw en in 1947 werd de uitgave voltooid.

zedekundige schetsen  tot nut van 't algemeen

Hierboven ziet u links een uitgave uit 1898. Het is gericht op de zogenaamde moderne kant van de Hervormde Kerk en heeft een moraliserend karakter. Veel deugd en edelmoedigheid.
Rechtsboven: een uitgave van de Maatschappij tot nut van 't Algemeen. Het beschrijft de geschiedenis van Jozef zoals deze in het begin van de Bijbel voorkomt. De maatschappij was zeker geen specifiek christelijke uitgever en het boekwerk geeft vooral aan hoe nuttig het is om onkuisheid en overspel te vermijden.

Hieronder laten wij een mevrouw aan het woord die beschrijft hoe het op een school met den Bijbel in de jaren dertig van de vorige eeuw er aan toe ging in het dagelijks gebeuren.

DE SCHOOL MET DEN BIJBEL

Wat betekende - laten we zeggen zo ongeveer in de dertiger jaren van de vorige eeuw -  het opschrift “School met den Bijbel”? Niet, zoals een oude vriend dacht, die geen Christelijk lager onderwijs had genoten, maar een gewone lagere school in Rotterdam had bezocht, een school met een bij-bel, hetgeen hij niet beter wist te vertalen dan een school met twee bellen. Zo kon datgene, wat voor kerkelijke mensen heel gewoon en bekend was, door niet-kerkelijken worden misverstaan.

Het begrip “School met den Bijbel” komt voor niet ingewijden ook wat moeilijk over. Niet iedereen kon daar uit concluderen, dat op zo een school kinderen onderwezen werden in datgene wat in de bijbel was te vinden. Maar voor leden van de Gereformeerde Kerk in Zwijndrecht was het gesneden koek.  Het was dan ook een volkomen logische zaak dat ik na mijn zesde verjaardag naar een “School met den Bijbel” ging.

In ons dorp waren twee Scholen met den Bijbel, de Kerkstraatschool en de Juliana-school. De Kerkstraatschool was een oud gebouw, waar mijn beide ouders allebei al hun schooltijd hadden beleefd. De Julianaschool was zo goed als nieuw, naast het nieuwe gemeentehuis gebouwd. Een prachtig ontwerp: een vleugel links en een vleugel rechts met in het midden een indrukwekkende ingang. Een groot school-plein er voor, links was aangewezen voor de meisjes en rechts voor de jongens. Zo ging dat in die tijd. In de linkervleugel waren de klassen 1, 2 en 3, boven de ingang klas 4 en rechts 5, 6 en 7. Klas 7 was gedeeltelijk voor de “nietdoorleerders”, want er was leerplicht tot de leeftijd van 14 jaar en daar werd je dan nog zo‘n beetje bezig gehouden.

Op de keper beschouwd: Wat was het verschil tussen een School met den Bijbel en een gewone school? Daarin kunnen we naar mijn mening twee dingen onderschei-den: Hoe en wat werd er onderwezen en aan de andere kant: Hoe was - door hun Christen zijn - de houding van het onderwijzend personeel tegenover de leerlingen.

Diep terug gravend in mijn geheugen kan ik toch wel duidelijk maken hoe dat eigenlijk in elkaar zat. Zoals te doen gebruikelijk werd ik op 1 april, nadat ik in februari de leeftijd van zes jaar had bereikt, door mijn moeder naar school ge-bracht. Ik was alleen door mijn ouders opgevoed, had geen broers of zusters en derhalve was mijn weerbaarheid tegenover andere kinderen van mijn leeftijd nihil.

Hieronder een afbeelding uit een 19e-eeuws kinderboekje met als opschrift bij de kleurgravure: ' de dorpsschool'. Daarnaast een geestelijk gedichtje.
Het ademt een zeer romantische sfeer uit op deze lagere school, maar onder deze afbeelding leest u in het verhaal van de schrijfster dat het er ook soms wel minder romantisch aan toe ging.

Dorpsschool

We laten nu weer de mevrouw aan het woord.

De onderwijzeres in de eerste klas was een angstaanjagende figuur, ouderwets streng met geen enkel gevoel voor humor en met flink losse handjes. Als je iets deed wat niet naar haar zin was, moest je je hand met de rug naar boven op de bank leggen en dan gaf ze daar met een zekere wellust een flinke pets met een liniaal op. Een vreugdeloos mens. Ze zal wel slecht in het vel gezeten hebben, bleek later een overtuigd lid van de NSB te zijn en werd na de bevrijding gevangen genomen, waarna ze van het toneel verdween. Wel afkomstig uit een keurige Gereformeerde familie, met een dominee als broer.

 En hoe brachten wij met haar onze tijd van 9 tot 12 en van 2 tot 4 uur door? Nu wordt de School met den Bijbel duidelijk: Elke morgen en elke middag (behalve dan de Woensdag- en de Zaterdagmiddag, dan waren we vrij) werd er begonnen met gebed en geëindigd met gebed, dat deed ze hardop. Na het openingsgebed hadden we “Bijbelse Geschiedenis”, ook dat gebeurde volgens de regels, te beginnen vanaf de schepping.  Vervolgens kwam ‘het versje‘ aan de beurt, vrijwel altijd een Psalmvers, we hadden toen nog slechts “Enige gezangen” in de Gerefor-meerde Kerk. Het eerste wat we moesten leren was “U alleen U loven wij, ja wij loven U o Heer”. Woorden die voor een zesjarig kind nauwelijks te begrijpen waren, maar dat was niet belangrijk, want we waren een School met den Bijbel en de Psalmen kwamen uit de Bijbel. Ik was verschrikkelijk bang van het mens, deze “leerkracht”, en heb vrijwel nooit in die klas mijn mond open gedaan.  

Wat ik tot mijn grote vreugde wel in de gaten had, was het feit dat de tweede klas geleid werd door een schat van een juffrouw: jong, vriendelijk, een heel plezierige vrouw. Dat werd dan duidelijk op het schoolplein, want we mochten pas naar binnen als we ons in rijtjes hadden opgesteld en tijdens die exercitie kon je heel veel zien en ontdekken. Maar eindelijk werd het toen weer 1 april en gingen we over naar het lokaal naast ons met de vriendelijke juffrouw. Een heerlijke verande-ring, een rustige sfeer, geen losse handjes, als we stout waren keek ze bedroefd en dat was genoeg om ons weer in het gareel te laten lopen. Bijbel lezen, versjes leren, versjes zingen, alles was net als in de eerste klas, maar dit was nu pas eerst een “school met den Bijbel”. Waarmee ik duidelijk wil maken, dat opvoeding en onderwijs op een Christelijke school toch heel sterk afhankelijk zijn van degene die de kinderen vele uren van een dag bezig houdt.

Het jaar vloog om en weer werd het 1 april en we verhuisden naar de derde klas. Daar hadden we voor het eerst een ‘meester‘. Hij was geboren in Axel in Zeeuws-Vlaanderen en dat was hem ook aan te zien. Zwart haar, bruine ogen en o wee als hij boos werd, dan fonkelden zijn ogen en viel zijn lange zwarte haar over zijn voorhoofd. Stoute jongens kregen nogal eens klappen, met meisjes zocht hij geen contact. We leerden braaf, alles ging zoals de regels waren, maar indruk heeft het niet gemaakt. Ik kan me niet heugen dat je aan hem merken kon dat hij gelovig was en dat ook wilde overbrengen, maar dat kan ook aan zijn aard en karakter hebben gelegen. Hij was gewoon “de meester” en meer niet. Wel was hij bevriend met andere Gereformeerden en kwam ook altijd in de kerk.

Toen werd het weer 1 april en gingen we over naar de vierde, het lokaal boven de ingang. Daar regeerde “Knorregie”. Een jonge man nog, een enthousiaste onder-wijzer, waar ik veel van heb geleerd. Naar mijn herinnering kwam hij over als een opgewerkte Christen, iemand die van zichzelf hield en die daardoor ook van zijn leerlingen houden kon. Dat was nu een echte “meester”, die nooit vervelende preken hield, maar zo een rustige sfeer in de klas bracht, dat vrijwel iedereen braaf deed wat hij doen moest. Met spijt gingen we het jaar daarop naar de volgende klas, de vijfde dus.

 Weer een “meester”, die meestal gehuld was in een beige stofjas. Een gouden brilletje en pretoogjes. Orde houden kon hij niet en het kon hem schijnbaar niet schelen ook. Hij had een druk gezin thuis en kwam dikwijls wat moe over. Wat hij ons als onderwijzer op een “School met den Bijbel” mee gaf, heeft op mij geen enkele indruk gemaakt, ik kan het me ook niet herinneren. Hij speelde viool, dat wel en dat was van tijd tot tijd plezierig.

De onderwijzer in de zesde klas was weer een angstaanjagende wat griezelige figuur, een driftkop met behoorlijk losse handjes. Hij kon rood aanlopen van woede en we kregen allemaal om de beurt een flinke draai om onze oren, de meisjes incluis. Christelijk? Ja, ouderling in de kerk, verder was er niet veel van te merken. Psalmen leerden we nog steeds, zingen deden we ook, lange teksten uit de Bijbel opzeggen was verplicht. Maar enige vriendelijke naastenliefde? Niet opmerkelijk aanwezig. De man had een schat van een vrouw, dat was aan zijn nakroost te merken. De éne had zijn koelheid volledig geërfd, de ander leek op zijn vrouw. Hij was ook altijd gehuld in een stofjas, een grijze nu. Thuis was hij verschrikkelijk zuinig, ik herinner me een verhaal van zijn kleindochter, dat bij een logeerpartij haar vader (die dominee was) zich moest scheren met het warme water waarin eerst de eitjes voor het ontbijt waren gekookt. Deze mens zal ook helemaal geen tijd hebben gehad om zich te manifesteren als een onderwijzer van een “School met den Bijbel”, hij was te druk met het materiële.

Hieronder ziet u enkele leerboeken voor de school met den bijbel.

schoolboek  schoolboek

Het laatste jaar werden we onderwezen door het Hoofd van de school, bijgenaamd de “Bovenbaf”. Vier van ons, twee jongens en twee meisjes, kregen een speciale opleiding voor het toelatingsexamen van de middelbare school en dat gebeurde grondig en streng. Deze rasechte Fries met zijn Friese naam kon zich uiten tijdens het zingen van de “Enige Gezangen”. Zijn lijflied was ‘Halleluja, Lof zij het Lam‘ en dat zongen we dan ook elke dag uit volle borst. Of het dagelijkse zingen over het lam Christelijk onderwijs was te noemen valt te betwijfelen, maar iets negatiefs  was het toch ook niet. Ik kan hem nog zo voor me halen, blond en keurig in het pak, want een stofjas droeg een ‘bovenbaf‘ schijnbaar niet.

En nu - resumerende - Waaraan was te merken dat het een Gereformeerde school oftewel een School met den Bijbel was? Beginnen en eindigen met gebed, elke morgen en naar ik meen in de middag weer opnieuw, maar dat herinner ik me niet meer als een zekerheid. In ieder geval elke dag. Onderwijs uit de Bijbel, uit het Oude en uit het Nieuwe Testament, aangepast aan de tijd van het kerkelijk jaar. In de Kersttijd kwam altijd de tekst over het rijsje uit de stronk van Isaï naar voren, dat was elk jaar vaste prik.

Elke week moesten we alle jaren een Psalmvers of een vers van de “Enige Gezang-en” uit het hoofd leren en dat werd overhoord! En dan - niet te vergeten - de Zending! Je voelde je doodongelukkig als je op de Maandagmorgen je “Zendings-geld” vergeten was en rende soms in de pauze terug naar huis om het te halen. Dat geld werd dan door iemand uit de klas opgehaald in een soort spaarpot met het dankbaar knikkende hoofd van een Javaantje. De ellende bij ons was echter, dat het Javaantje zijn hoofd kwijt was en in al die jaren heeft nooit iemand er aan gedacht er voor te zorgen dat er een nieuw Javaantje met een knikkend hoofd kwam. Nuchtere Gereformeerden schijnbaar!

Hieronder ziet u twee afbeeldingen die de zending op Java als onderwerp hebben. Als eerste, links, een uitgave 'van onze zendingsvelden', op Java. Daarnaast een afbeelding van 1 van de plaatjes uit het boek waarop zieke Javanen per hangdoek en draagstoel worden vervoerd naar het zendingshospitaal.

 

Hieronder vindt u een voorbeeld van een leesboek over zending. In dit geval zending in China, zodat de leerlingen ook een idee hadden waar hun zendingsgeld aan besteed werd.

China-zending

We laten nu de mevrouw weer aan het woord.

 Het vak ‘lezen‘ vond ik al die jaren een grote ramp. Nooit heb ik me later weer zó verveeld als onder die lessen. Het waren best aardige boekjes, die leesboekjes, maar schijnbaar was er geen geld om wat meerdere soorten aan te schaffen, zodat we: elk boekje drie keer moesten lezen (en sommige leerlingen lazen zó slecht dat er minuten verstreken voordat er weer een nieuw woord kwam). Als het leesboekje dan uit was begonnen we weer opnieuw en dan werd elk hoofdstuk drie keer gelezen. Iedereen vond dat schijnbaar zó gewoon, dat niemand - ook ouders niet - op het idee kwam om eens met de pet rond te gaan om zodoende de arme kindertjes wat meer leesplezier te verschaffen.

Hieronder vindt u een voorbeeld van een leesboek voor scholen met den Bijbel, gedrukt in 1929.
Dit boek is aan het museum geschonken door Mevr. Monieka Zweistra.

Schoolboek voor de School met de Biijbel

Hieronder een pagina uit dit leesboek waarop een christen gevangen is genomen en door moslims wordt bedreigd met onthoofding tenzij hij moslim wil worden, en het christelijk geloof afzweert.

een pagina uit een leesboek voor een school met de bijbel

We laten nu de mevrouw weer verder aan het woord.

In de hogere klassen was het leesgenot veranderd. Er kwamen toen andere zaken aan het bod, kaart lezen bijvoorbeeld. Ik zie nog de eerste kaart aan het bord opgehangen. Dat was een plattegrond van het dorp Zwijndrecht, heel eenvoudig, maar je leerde gemakkelijk om je te orënteren, mede dankzij de duidelijke uitleg van “Knorregie”.

Was er een bibliotheek? Nauwelijks! Wat beduimelde boeken, waarvan ik me één titel herinner: De heks van de Oldenbargerbroek. Echt leuke kost voor kindertjes, hoewel we in deze tijd onze “Harry Potter” hebben, zo te horen echt spannend. Wij lazen over de rijstvelden in Nederlands Indië en over de kampongs, de sari‘s, de kali en de wijze kihaï‘s. Dat was wel zó blijven hangen, dat ik me daarvan heel veel later bij een bezoek aan Indonesië nog Maleise woorden kon herinnerden. Ook is me bij gebleven, dat onze strenge vriend uit de zesde klas in een leesboekje het woord ‘waarachtig‘ door liet schrappen. Dat was - zo vond hij - lasterlijke taal want niets is waarachtig op aarde en hij verving eigenhandig het woord door ‘waarem-pel‘. School met den Bijbel!

We hadden wel platen aan de muur. Van die bekende mooie grote. De walvisvangst bijvoorbeeld met zieltogende walvissen vol met harpoenen en de terugtocht van Napoleon door de Berezina met gesneuvelde soldaten. Was dat educatief en had het een Christelijk tintje?

Later toen we volwassen waren geworden en in aanraking kwamen met anderen die een andere dan een School met den Bijbel doorlopen hadden, konden we merken dat het onderwijs toch een tikje gekleurd was geweest. Uiteraard was dat onvermijdelijk, want protestanten bekeken bijvoorbeeld de Tachtigjarige Oorlog geheel anders dan Rooms Katholieken. En onze Vader des Vaderlands kwam heel anders uit de hoek dan bij niet-protestanten. Veel invloed hadden - naar mijn ervaring tenminste - de boeken van W.G. van de Hulst. Prachtig spannend, zoals hij die tijden beschreef in “Er op of er onder”.

Hieronder ziet u een foto van de omslag van het door de scribente aangehaalde boek 'Er op of er er onder', geschreven door W.G. van de Hulst. Daarnaast ziet u een afbeelding uit het boek, gemaakt door J.H. Isings.
erop of eronder  erop of eronder

En niet te vergeten: de “Soete Suikerbol”. Dat was pas echt ontspanning voor kinderen van die tijd: de bakkers-vrouw die helemaal niets scheef kon laten staan of hangen en de spannende punthoed, die op zijn paard te zien was door de dichte bomen in het bos heen. Het Christelijk dagblad toen was “De Standaard” en daar stond die Soete Suikerbol met een dagelijkse aflevering in. Meesterlijk! Zo vonden wij dat tenminste, maar ik vraag me af of kinderen van deze tijd dit ook nog spannend zullen vinden.

Hieronder zijn de omslag en een plaatje uit de inhoud afgebeeld van dit beschreven boek. Deze illustratie is van de zoon van de schrijver: W.G. van de Hulst junior. De figuren zoals in het verhaal beschreven vindt u hierop afgebeeld. De zeer goedhartige dikke bakker die van iedereen het beste dacht en zijn zeer magere en vinnige vrouw die iedereen achterdochtig bekeek. Miljoenen kinderen hebben deze verhalen die talloze malen en tot in deze tijd herdrukt worden gelezen. W.G. van de Hulst was hoofdonderwijzer op de lagere school en leefde van 1879 tot 1963. Zijn zoon leefde van 1917 tot 2006 en heeft veel van de boeken van zijn vader geillustreerd. Wie meer wil weten over W.G. van de Hulst en zijn zoon kan hierover veel informatie vinden op www.wgvandehulst.com.

suikerbol  

suikerbol     

 Na de lagere school ging ik naar het Gereformeerde Marnix Gymnasium in Rotter-dam. Herinner ik me daar iets van een “School met den Bijbel”? Ja, ook weer beginnen en eindigen met gebed en de manier waarop dat ging, hing heel veel van de leraren af. Een opmerkelijk feit was wel, dat Gereformeerden uit de wijde omgeving van Dordrecht hun kinderen naar dat Marnix Gym stuurden. In Dordt was er toen een HBS en een gemeentelijk Gymnasium. Het was gebruikelijk om zo ver dat mogelijk was je kinderen door een Christelijke Middelbare school te laten opleiden en dus hadden velen het er echt voor over om hun nakroost de toch niet zo gemakkelijke reis naar Rotterdam te laten maken. Dat kostte geld en moeite, maar was onvermijdelijk. De tijd op het Marnix, daar ben ik altijd nog blij mee. Het lag er allemaal niet zo duimendik bovenop, maar was toch merkbaar. De narigheid toen was de oorlog 1940-1945, waardoor we maar zeer beperkte mogelijkheden tot ontspanning hadden. Later bloeide dat allemaal weer op, maar toen had ik mijn eindexamen al gedaan. Eén ding uit de zomer van 1944 herinner ik me nog sterk: Heel wat leerkrachten moesten toen “onderduiken” en het bestuur grabbelde allerlei leraren bij elkaar, als we dan maar les hadden. Er verscheen een leraar Engels, die de les met gebed moest beginnen en er het beste van probeerde te maken. Zijn kerkbezoek zal wel niet veelvuldig geweest zijn, want hij zei heel eerbiedig: “En Heere, wij verzoeken u . . .” De rest van zijn goed bedoelde gebed ging verloren in het gegrinnik van een volle klas! Maar dat was oorlog en dan zijn sommige dingen niet te vermijden.

En nu zijn we via de barse juffrouw van de eerste klas en via Herodotus en Home-rus in het digitale tijdperk beland, nadat we ons de P.C. hadden eigen gemaakt. De tijden veranderen en wij met hen. Ben ik dankbaar voor mijn tijd op de “School met den Bijbel” en mijn Marnix Gymnasium? Ja, echt heel dankbaar! Dankbaar voor het feit dat mijn ouders die Scholen met de Bijbel vanzelfsprekend vonden, dankbaar voor wat de onderwijzers en leraren me hebben meegegeven en dankbaar voor het feit dat de School met den Bijbel (al is de n van den dan nu weggevallen) nog altijd bestaat. Onze kinderen gingen ook naar de Julianaschool en onze kleinkinderen in Zwijndrecht ook. Onze twee dochters, die niet in Zwijndrecht wonen, hebben hun kleintjes ook naar een “School met den Bijbel” laten gaan. Dat is niet iets om je over op de borst te kloppen, maar - zoals wij door de jaren heen leerden - Genade.
    Nelly Rietberg-van Leeuwen


8. De Bijbel en de kerken

In het midden van de zestiende eeuw nam in de Nederlanden de vervolging door de Spanjaarden van niet-Katholieken sterk toe door de komst van de Spaanse inquisitie. Tegelijktertijd groeide, tegen de verdrukking in, het aantal protestanten (gereformeerden, luthersen, doopsgezinden) en zij hielden in het geheim godsdienstige samenkomsten. Dit deden zij in afgelegen velden waar de voorganger (vaak een voormalig Katholiek pastoor) een gedeelte uit de bijbel voorlas, daarover mediteerde en een gebed deed. Dit waren de zogenaamde hagepreken. Hieronder ziet u een afbeelding daarvan.

hagepreek

Als deelnemers aan de hagepreek betrapt werden door de overheid, werden ze zwaar bestraft. Zowel met boetes als met lijfstraffen. Zie afbeelding hieronder.

lijfstraf

Als de predikant werd gegrepen wachtte hem de doodstraf. Zo werd de eerste Noord-Nederlandse voorganger, te weten Jan de Bakker uit Woerden, in Den Haag verbrand in het jaar 1525.
Een school en een straat in Woerden herinneren nog aan zijn naam en in de Grote of St. Jacobskerk in Den Haag is een gebrandschilderd z.g. Jan de Bakker-raam te zien.

Wie aan zag komen (of getipt werd door relaties) dat hij/zij gearresteerd zou worden en wie nog kon vluchten deed dit in vliegende haast. Een deel van de mannen vluchtte naar de Geuzenvloot en versterkte daarmee diens bemanning. Een ander deel, soms complete gezinnen, vluchtte naar omliggende landen waar de protestantse godsdienst niet verboden was.

Een groot gedeelte van de vluchtelingen bestond uit handwerkslieden, ambachtslieden en kooplui. Grote groepen kwamen in Engeland terecht die daar al snel eigen kerken stichtten, in circa twintig dorpen of steden. Er waren daar dorpen die in de tweede helft van de zestiende eeuw wel tot 1/3 uit Nederlandse, Vlaamse en Waalse vluchtelingen bestonden. Zij zaten daar niet in een soort vluchtelingenkamp maar leidden een zeer actief leven in nijverheid en handel. Ze hadden eigen dominees. Toen bijvoorbeeld Dordrecht in 1572 van de Spanjaarden bevrijd was, beriepen ze twee dominees uit de vluchtelingengemeenten in Engeland. 

Naast een aantal kleinere groeperingen in andere landen, onstond er in de plaats Emden, waar de gravin de reformatie wel gezind was, een grote Nederlandse vluchtelingengemeente. Nadat in de Nederlanden de bijbeldrukker Liesveld was onthoofd in 1545, durfde jarenlang geen Nederlandse drukker het meer aan de bijbel te drukken, maar in de stad Emden werden vanuit de Nederlandse vluchtelingengemeente al snel bijbels gedrukt.

Lutherse en Doopsgezinde bijbels
In 1560 werd door Nicolas Biestkens een Nederlandstalige bijbel vervaardigd. Deze was vooral geliefd bij de Doopsgezinden en is bij hen tot in de negentiende eeuw in gebruik geweest. Zie afbeeldingen van deze bijbels hieronder.

 

Boven een Doopsgezinde bijbel naar het exemplaar van Nicolaas Bieskens en uitgegeven door Korlenis van der Sys te Amsterdam, in het jaar 1728.

Daarnaast een Doopsgezinde bijbel, gedrukt door Jan Jacobsz. Bouman te Amsterdam, wonende in het huis genaamd: ' De lelie onder de doornen'.

Lutherse bijbels
Ook de Luthersen gebruikten deze Biestkens-bijbel tot er in 1648 een Lutherbijbel in Nederlandse taal uitkwam. Afbeelding komt nog.

Deze bijbel bleef bij hen in gebruik tot er in Amsterdam bij Lindenbergh op groot formaat een Nederlandstalige Lutherbijbel werd uitgegeven. Vaak zelfs met gravures van Romeyn de Hooghe. Zie afbeelding hieronder.
 Deze bijbel volgt als het ware de Lutherbijbel van 1648 op.

Lutherbijbel Lindenbergh

Gereformeerde bijbels
Eveneens in Emden werd in 1561 de zogenaamde deux aes - bijbel gedrukt. Deze bijbel werd meest door de gereformeerden en hun kerken gebruikt, tot de Statenvertaling in inmiddels grotendeels vrij Nederland in 1637 beschikbaar kwam. De tekst van het Oude Testament is hoogstwaarschijnlijk van Godfried van Winghen, die zich daarvoor hoofdzakelijk op de Liesveld-bijbel baseerde en voor het Nieuwe Testament van Johan Dyrkinus.
In deze deux aes-bijbel staan veelal kanttekeningen die ontleend zijn aan de Lutherbijbel (versie Michael Lotter) van 1545 waarbij in de kanttekeningen van het bijbelboek 'Nehemia'  hoofdstuk 3:5 staat:

' De armen moete het cruyce draghen,
de rijcke en geven niets,
deux aes en heeft niet,
six cincque en geeft niet,
quater dry die helpen vry'.

Deze vreemde woorden zijn ontleend aan het dobbelspel: deux aes is 2,1; quater dry is 4,3 en six cincque is 6,5. Vrij vertaald staat hier: ' De armen hebben niets, de rijken geven niets, maar de middenstand moet dan maar de last opbrengen'. Hieraan ontleend deze bijbel zijn naam.

Op meer plaatsen waren wel erg volkse kanttekeningen opgenomen. Zo werd bijvoorbeeld door Luther ook verwezen bij kanttekeningen naar Tijl Uilespiegel. Tegen dit soort kanttekeningen en ook tegen de verouderde Luther-vertaling op zich kwamen de protestantse kerken steeds meer in verzet. Dit resulteerde in een uitgave waarin deze kanttekeningen vervangen werden door die van Nederlandse dominees. Nu ontstond er dus een deux aex-bijbel zonder de gewraakte deux aes-kanttekeningen. Zie bijvoorbeeld hieronder een vertaling bewerkt door P.H. Dit was Petrus Hackius, predikant te Leiden. Zie afbeelding hieronder van deze bijbel, gedrukt bij Isaac Jansz. Canin te Dordrecht. (Dit was een zoon van J. Canin, die de eerste Nederlandse bijbel in vrij Holland uitgaf.)
De basis voor deze bijbel was de zogenaamde Geneefse bijbel, aldaar in het Frans gedrukt. Dit was een vertaling uit het Latijn en Grieks door Tremelius met zijn schoonzoon Junius, ook wel Junium genoemd.

Petrus Hackius-bijbel

Eveneens kwam er een vertaling die ook van kanttekeningen voorzien was door dominee Doreslaar. Ook de predikant Faukelius (Faukelium), die later ook bij de Statenvertaling ingeschakeld was, gaf een door hem bewerkte bijbel uit. De basis voor hun bijbels was een vertaling door Marlorati, een Franse theoloog. Zie afbeelding hieronder van deze bijbel gedrukt bij Jan Jansz. Boeckvercooper te Arnhem in 1614. Deze Jan Jansz., ook wel Jansonius genoemd was een belangrijke drukker. Hij was zo kapitaalkrachtig dat hij ook wel belangen had in papiermolens op de Veluwe.
Daarnaast is afgebeeld de bijbel van dominee Faukelium, predikant te Middelburg. Deze is gedrukt bij Maarten Jansz. Brandt te Amsterdam.

Doreslaar-bijbel  Faukelius-bijbel

Katholieke bijbels
In Vlaanderen gaf Willem Vorsterman een eerste bijbel uit in de landstaal in 1528. Hoewel de katholieke kerk fel tegen het lezen van de bijbel door niet-geestelijken was, kreeg hij het toch voor elkaar dat de inquisitier Nicolaas Coppijn de bijbel van zijn goedkeuring voorzag. De bijbel werd goed verkocht en kende diverse herdrukken, tot 1545. Toen bleek dat er tussen de eerste druk en de herdrukken verschillen zaten. In de drukken van latere jaren was een grote overeenkomst gekomen met de protestantse Liesveldbijbel. Meteen werden alle uitgaven van Vorsterman verboden, evenals de kopieen die gedrukt waren door Hendrik Peetersen van Middelborch. Terwijl Liesveld ondanks het verbod van de Spaanse Inquisitie nog doorging met drukken, wat hem letterlijk de kop kostte, stopte Vorsterman direct met zijn activiteiten na het verbod van de Katholieke kerk.
In hetzelfde jaar als de onthoofding van Liesveld werd op het Concilie van Trente (en volgende jaren herhaald) nog eens duidelijk uitgesproken dat de enige ware en toegestande bijbel de Vulgaat was. Deze Vulgaat was een bijbel die door Hieronymus in het jaar 383 in opdracht van Paus Damasis vertaald was. (Het 
Nieuwe Testament uit het Grieks en het Oude Testament uit het Hebreeuws.) Bij zijn werk gebruikte hij ook de oudere vertaling uit het Hebreeuws in het Grieks die door een aantal Joodse geleerden uit Alexandrie was vervaardigd, de zogenaamde Septuagint.

Het Latijn was sinds die tijd het overheersende spreek- en schrijftaal van geleerden die deze taal aan universiteiten en kloosterscholen hadden geleerd. In deze taal communiceerden zij wereldwijd met elkaar.

Uit de Latijnse Vulgaat werd in een Nederlandse vertaling de Moerentorf-bijbel gedrukt
in Antwerpen in 1599. Moerentorf, ook wel Moretus genoemd, was een schoonzoon van de beroemde drukker Plantijn.
Dit was de eerste Nederlandstalige bijbel die door de Katholieke Kerk goedgekeurd was en bleef.
Deze bijbel is door de Katholieken tot in de twintigste eeuw gebruikt. Deze Moerentorf-bijbel vindt u hieronder afgebeeld.


Daarnaast afgebeeld eenzelfde soort bijbel en nu herdrukt door Pieter Jacopsz. Paets in 1657 en voorzien van houtsnedes van Christoffel van Sichem.   

 Moerentorf-bijbel      Christoffel van Sichem houtsnede                      

Rooms-Katholieke Bijbel

Rooms-Katholieke bijbel uit het Latijn in het Nederlands vertaald, uitgegeven door Le Febre.

Katholieke Bijbel in het Nederlands vertaald

Bovenstaand de Katholieke bijbel in het Nederlands vertaald, uitgegeven bij Besseling te Utrecht.

9. De Bijbel en het volksleven

De armenzorg, bestuur van bejaardenhofjes, weeshuizen, scholen en rechtspraak, om maar enkele onderdelen van het sociaal gebeuren te noemen, werden grotendeels geleid door mensen die volgens Bijbelse uitgangspunten trachtten te leven. Op straat werden voorbijgangers herinnerd aan de Bijbel door de vele huizen/gebouwen met Bijbelse namen en afbeeldingen op gevelstenen en uithangborden. Zie bijvoorbeeld het boekje ' Ik zie, ik zie de Bijbel als ik door de Amsterdamse straten loop.'  Een aantal gemeentewapens hadden een bijbelse achtergrond. Bijbelse spreuken stonden op koetsen, karossen, wagens, arresleden of afbeeldingen uit de Bijbel. Schepen hadden soms bijbelse namen.
Ontelbare bijbelse voorstellingen, spreuken waren te zien op bijvoorbeeld Delftse tegels in de openhaard, klompen, klaptafels, wandrekjes, tabakspotten, wandborden, tableaux en kaststellen werden er mee beschilderd. Zie hieronder een Bijbelse tegel en een kast in de vorm van een Bijbel.
Delftse bijbeltegel      Kast in de vorm van een Bijbel

10. Bijzondere bijbels

» Piratendruk: Jacob Pieterszoon Wachter op den dam,1643 gedrukt met kennis en toelating van de achtbare Heeren de H.H. Burgemeesters en de regeerders der stadt Amsterdam. 
In wezen was dit verboden omdat de Statengeneraal het privilege voor 15 jaar vanaf 1636 hadden verleend aan de uitgever: de weduwe Van Wouw met haar drukker Paulus Aerts van Ravenstein.
Toen was er kennelijk al sprake van een Nederlandse gedoogcultuur in Amsterdam.

» Een Jehova bijbel uit 1762 zonder naam van de drukker. Echter uit de layout is duidelijk dat de maker Goetzee uit Gorinchem betrof.
Jehova
» Klederdrachtbijbels. Deze hebben zilveren sloten, hoekstukken en een ketting waaraan de bijbel aan de arm naar de kerk werd gedragen in de klederdrachtstreken.
» Rouwbijbels en huwelijksbijbels.
Bijbels van het Zendingsgenootschap (o.a. voor het toenmalig Nederlands Indië).

»
Een Keurvorstenbijbel met de portretten van de Duitse Keursvorsten afgebeeld onder andere met hun bezittingen in Nederland.
Keurvorst
» Een Liesveld bijbel met de houtsnede van de duivel in een monnikspij bij Mattheus 4. Liesveld is later door de Spanjaarden onthoofd.
Liesveld
» Een bijbel gedrukt in 1756 welke 12 kaarten met verluchtingen uit de historie bevat van een predikant / kaartentekenaar hier uit de Betuwe te weten W.Bachienne te Kuilenburg (nu Culemborg). Afmeting 60 x 42 cm.
»
Er zijn bijbels bij waarin generaties lang geslachtsregisters zijn bijgehouden met soms aantekeningen over bijzondere gebeurtenissen.
Bijvoorbeeld over het vergaan van een schip, een dorpsbrand, een zware orkaan die verwoestingen aanrichtte, geboortes, dopen met namen getuigen van de dienaar, van de peter – meter – overledenen, bijbel geërfd door, geschonken door, geschonken aan enz.
Een smultuin voor geneologisten.
Genealogie1Genealogie2
 
Hieronder een voorbeeld van een Nederlandse Bijbel, gedrukt in Amsterdam in 1718 bij Isaac van der  Putten waar voorin een geslachtsregister aanwezig is van de familie Suydam. Deze familie is waarschijnlijk van Nederland geëmigreerd naar de USA/Canada want zoals u ziet is het geslachtsregister in het Engels bijgehouden.
Zoals te lezen is:
Ann Suydam was born on Monday. September 27th
In the year of our Lord 1784.
Christina Suydam was born on Saturday. November 3th
In the year of our Lord 1787.
Enz.

   Family Suydam register
 
Verder in de collectie te zien:

» Een zogenaamde Rembrandtbijbel waarin opgenomen de zogenaamde 100 guldenets waarop te zien is hoe Christus allerlei zieken genas.
» Een bijbel die volgens de geslachtsregisters in de familie van Paul Kruger in Zuid-Afrika is geweest.
»
Bijbels met landkaarten waarop landmeters attributen zijn afgebeeld.

»Een Hugenotenbijbel bestemd voor de Franse hugenoten aldaar, gedrukt in Leiden in 1669 bij Lodewijk en zijn neef Daniel Elzevier in de Franse taal. Nadat de Hugenoten door de Franse koning uit Frankrijk verdreven waren en meest in Zeeland, Amsterdam en Leiden zich vestigden wilden ze kennelijk in hun “nieuwe land” de Bijbel in hun moedertaal lezen. Tot nu toe bestaan er Waalse gemeenten waar de Bijbel in het Frans gelezen en de dienst in het Frans gehouden wordt. Overigens was het Frans ook de taal van het Stadhouderlijk hof en de adel. Zie afbeelding titelblad.

titelblad Franse Elzevier

Deze Franstalige Bijbel bevat vijf landkaarten (geen wereldkaart), deze zijn ontworpen door Nicolas van Berghem. De graveurs waren Abraham Bloteling, Jan Mathijsz. en Jan de Visser. De Bijbel is gedrukt in Romeinletter. Zie afbeelding.

Franse kaart Elzevier

De familie Elzevier heeft ook Nederlandstalige Bijbels uitgegeven. Zie afbeelding titelblad en privilege op de achterzijde.

 Nederlandse Elzevier

achterzijde/privilege elzevier

 De eerste verscheen in 1663 bij de weduwe en erfgenamen van Johannes Elzevier. Deze uitgave was kennelijk een succes want een aantal herdrukken volgden. Ze bevatten meestal zes landkaarten van de hand van Nicolas Visscher of Stoopendaal. Zie afbeelding waarop een visser met zijn vissersgereedschap te zien is (linksonderaan).

Visserkaart

Meestal ontbreekt het frontespiece omdat Elzevier daarop een deels blote dame had afgebeeld. Dit wilden de kopers niet in hun Bijbel hebben. Overigens is er geen verwantschap met de huidige uitgeverij Elsevier.
De Bijbeldrukker Johannes Elzevier te Leiden en de eerder genoemde neven van de Amsterdamse tak zijn namelijk achterkleinzonen van Lodewijk Elzevier, geboren te Leuven, en zijn naam was eerst Helsevier, naar het uithangbord aan zijn woning dat het 'helse vuur'  voorstelde.
Zijn zoon heeft door de vervolging van Gereformeerden door de Spanjaarden zijn woonplaats Antwerpen verlaten en zich te Leiden gevestigd. Hij had bij de beroemde drukker Plantijn in Antwerpen gewerkt. Plantijn stond bekend als goed katholiek; hij werd zelfs door Philips II als aartsdrukker benoemd en kreeg van hem zelfs opdracht de koninklijke bijbel te drukken. Echter, in het geheim steunde Plantijn een niet-klatholieke beweging en steunde hij in het geheim Elzevier bij de start van diens drukkerij in Leiden. Plantijn is overigens nooit betrapt.
In 1712 stopt de drukkerijactiviteit van Elzevier.

»Kanselbijbels, zoals die van de Sint Jan ’s-Hertogenbosch uit 1637. Overigens in een erbarmelijke staat die ik nog moet restaureren, maar het vergaan is in ieder geval gestopt (hij had op een zolder gelegen waar de wespen er aan gezeten hadden). Interessant is de onderrug van deze bijbel die tevoorschijn is gekomen doordat de bovenrug zo zwaar gehavend is. Nu blijkt dat voor de onderrug perkamenten stroken zijn gebruikt die gesneden zijn uit een oud handschrift. Dit is te zien op de afbeelding hieronder.

perkamenten handschrift Sint Jan

 Waarschijnlijk is het ter plaatse de eerste kanselbijbel in de Statenvertaling geweest, aangezien Den Bosch in 1629 door stadhouder Frederik Hendrik op de Spanjaarden was veroverd.

» Een kanselbijbel van de Englisch Episcopal Church te ROTTERDAM uit 1760.
» Een bijbel uit 1742 met het opschrift: predikant van Molenaarsgraaf. Blijkens een in de bijbel aangetroffen melding is deze door een Franse soldaat in 1805 uit het leger van Napoleon uit de kerk aldaar gestolen en via omzwervingen, in Frankrijk en zelfs Canada weer in Nederland terechtgekomen.
» Bijbels gebonden in perkamenten, kalfsleer, runderleer, in rood en groen Marokijn en robbenvel.
»
Een bijbel uit 1752 met een bijzonder wapenschild opgedragen aan Willem Karel Hendrik Friso, de Prins van Oranje Nassau, Ridder van de Kousenband, Graaf van Buren, Heer van Kuilenburg en Leerdam enz.
»
Uilenspiegel bijbel n.a.v de kanttekening Jesu firach 19:5.
» Een Deux bijbel n.a.v de kanttekening bij Nehemia 3:5
»
Een Petrus Hackius bijbel » Een Abraham Doreslaar bijbel 1614
»
Een Hermanum Faukelius bijbel 1632
»
Een Tremelius bijbel
»
Meerdere Emblamathica
uielspiegel1uilenspiegel
emlemata
» Psalmbundels in bijzondere uitgaven zoals één met ingebouwd geldbuideltje voor kerkcollectegeld.

Een bijzondere Bijbel kocht ik bij schilder Jacob Leenheer te Heerjansdam. De afbeelding vindt u hieronder. Het betreft een KEUR Statenbijbel, echter met koper gravures van Scheitsz.

Een KEURStatenbijbel met Scheitsz. gravures

Scheitsz. gravures in een Keurbijbel folio.


11. Bijbelbanden
Onderstaande kopergravure is gemaakt door ontwerper/graveur Jan Luiken en afgebeeld in zijn uitgave 'Het menselijk bedrijf'. Hierin staan honderd beroepen afgebeeld die in de zeventiende eeuw bestonden. Het jaar van uitgave is 1712.

boekbinder luiken

Hieronder laten we een aantal bijbelbanden zien, telkens met het titelblad van de bijbel waarvan de band is.
Voor zover mogelijk geven we er bijzonderheden bij aan. Bijbelbanden werden vervaardigd van verschillende grondstoffen, zoals
-  rundleder
-  kalfsleder
-  perkament
-  zwijnsleer
-  stierenhalsleder
-  robbevel
-  marokijn
-  geitevel (bezaan)
-  schaapsvel
-  fluweel
-  suede
-  linnen
Op een later tijdstip hopen we dieper op het onderwerp in te gaan.

bijbelband a   band a

Hierboven vindt u een afbeelding van een rundlederen band van een Keurbijbel in zijn meest karakteristieke vorm; dit middenembleem in combinatie met het hartjes- of uikoper met de spinsloten is het meest bekend van de familie Keur.

bijbelband   titelblad

Hierboven is te zien een rundlederen band om een Ravesteijnbijbel uit 1661. De hoekstukken zijn wat groter dan gebruikelijk. De sloten zijn kolom/slangsloten.

bijbelband  

Hierboven: een rundlederen band om een bijbel van drukkerij Wetstein en Smith gedrukt in het jaar 1718.

 

Hierboven een kalfslederen band om een bijbel gedrukt van Paulus Aertsz van Ravesteijn in 1647. Het koperwerk is van latoenmessing in gecisileerde vorm met fleurs des lys.

 

Hierboven is weergegeven een zogenaamde Keurvorstenbijbel. Het werk is gedrukt in 1736 terwijl de band van 1743 is. Deze is van zwijnsleder gemaakt. De naam komt voort uit de afbeeldingen in de bijbel van de zeven Duitse keurvorsten. Deze waren gemachtigd de Duitse keizer te kiezen. Een van hen heeft onder zijn afgebeelde bezittingen het Duitse huis in Utrecht.

 

Hierboven: een rundlederen band om een Keurbijbel. Het leder is nog in perfecte staat, inclusief de rug. Het monogram ziet er anders uit dan op eerder afgebeelde Keurbijbels. De bijbel is gedrukt in 1686 bij Hendrik en Jacob Keur te Dordrecht.

 

De hierboven weergegeven bijbel is een Lutherbijbel. De bijbel is gedrukt bij Lindenbergh in 1702. Het leder is rundleder en het monogram ziet er weer heel anders uit dan die van gereformeerde bijbels. Er zijn resten van bladgoud op te zien. Door het poetsen van de bijbel is het bladgoud bijna verdwenen.

 

Deze, hierboven afgebeelde, bijbel is gedrukt door Elwe in 1716. Hij gebruikte gegoten drukplaten voor iedere bladzijde een plaat. De voor- en achterzijde zijn van gespat papier, de rug is van paars marokein met goud vergulde versierselen.

 

Hierboven is een bijbel afgebeeld gedrukt door Keur in 1713 met een kalfslederen band en met goud vergulde motieven.
Bij blind stempelen, zoals de eerste weergegeven bijbels, werden de stempels en fileten warm op het leder geperst zonder tussenmateriaal.
Bij vergulden werd eerst een kleeflaag op het leder aangebracht en deze werd gedroogd. Deze kleeflaag bestond uit eiwit wat veertien dagen had staan te bederven. Het stonk dan ook flink. Nadat deze met een vogelveer op het leer was aangebracht en het eiwit gedroogd was, werd het fileet warm gemaakt. Intussen werd een uiterst dun blaadje bladgoud van het goudkussen afgehaald en op het eiwit gelegd.
Dit blaadje was zo dun dat dit letterlijk met ingehouden adem werd neergelegd. Er mocht geen raam openstaan, de deur ging op slot zodat er niet  een zuchtje wind werd veroorzaakt door iemand die
plotseling binnenkwam en de inmiddels heetgestookte fileet werd ingeperst op het bladgoud in het leder.
Als alle motieflijnen en de hoekstempels plus het monogram waren aangebracht, werd met een fijn kwastje het goud wat niet vastzat weggeveegd.
Waar de hitte van het fileet het eiwit klevend had gemaakt, bleef het goud ter plaatse zitten en zag het totaal eruit zoals nu op de foto te zien is.

bijbelband  

Hierboven is een zogenaamde eigenarenband afgebeeld. Het betreft een kalfslederen band, rijk verguld, met de initialen van de eigenaar en het jaartal van vervaardiging (1769) erop vermeldt.
De bijbel is gedrukt in 1756 bij Jacob en Hendrik Keur te Dordrecht, waarvan het titelblad ook hierboven is afgebeeld.
Niet alleen de band is rijk maar ook de inhoud is extra kostbaar doordat de grote serie kopergravures van de prentbijbel van Picart en Pieter de Hondt, gedrukt in 1720, erin is opgenomen.

bijbelband  bijbelband

Hierboven: in rood marokkein met vergulde embleems een bijbel gedrukt door Wetstein en Smith in 1708.

  bijbelband

Bovenstaande band is van een Elzevierbijbel, gedrukt in 1663. Dit middenembleem is weer afwijkend van de bijbelbanden die we tot nu toe hebben weergegeven. Een uitvoerige beschrijving van de drukker Elzevier vindt u in het hoofdstuk Bijzondere bijbels.

jehova bijbel  jehova bijbel

Bovenstaande band bevindt zich om een zogenaamde Jehovahbijbel. De band is vervaardigd van fijn kalfsleder en is royaal verguld met een fraai middenembleem. Deze bijbel is gedrukt in 1762 en de uitgever en drukker hebben zich anoniem willen houden en zijn dus niet vermeld. Echter, uit de lay-out blijkt toch wel wie de drukker is, dit is namelijk Goetzee te Gorinchem.

bijbelband  

Hierboven: een prachtige kalfslederen band. Het blok is verguld op snee en op de band een prachtig embleem van Atlas die de wereldbol torst. Hij zit om een uitgave van 1748 van Goetzee te Gorinchem, zoals rechts afgebeeld is.

bijbelband  

Hierboven: een band van rundleder om een bijbel van Stam te Amsterdam, 1641. Het vergulde middenembleem geeft de ark weer, met de cherubin erboven. De bijbel is enorm dik door het gebruik van uiterst zwaar papier en bevat een grote serie prenten van Picart en Pieter de Hondt.


12. Bijbelbeslag (messing, zilver, goud)
                                                                                                                                                                                   
13. Geraadpleegde literatuur:

´Bijbel en Prent´ door W.C. Poortman, die tevens mondeling met zeer veel wetenswaardigheden en adviezen heeft bijgedragen aan deze verzameling. Het is niet voor niets dat dit werk door ons als eerste genoemd wordt. Het is hét gezaghebbende naslagwerk op dit gebied en tevens een herinnering aan deze zeer beminnelijke man die enorm veel energie en onderzoek heeft gestoken in bovenstaand boek en waar we veelvuldig contact mee hebben gehad. Een deel van onze bijbels is uit zijn collectie afkomstig.
 ' Kaarten in Bijbels (16e - 18e eeuw)'  door W.C. Poortman en J. Augusteijn.
' De Statenbijbel en zijn voorgangers' door C.C. de Bruin
' De Synode van Dordrecht in 1618 en 1619'  door dr. W. van 't Spijker e.a.
' De Statenvertaling 1637 - 1937'  door Prof. Dr. D. Nauta e.a.
' De nieuwe Bijbel van een vrij volk'  door Gert J. Peelen
' Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Benamingen en Volksuitdrukkingen, aan den Bijbel ontleend.'  door C.F. Zeeman
' Het Woord in beeld, vijf eeuwen bijbel in het dagelijkse leven'  door C.W. Mònnich en Michel van der Plas
´Bijbel en Prent´ door W.C. Poortman, die tevens
mondeling met zeer veel wetenswaardigheden en adviezen heeft bijgedragen aan deze verzameling.
´Een huis voor het Woord´ door C.A. van Swigchem e.a.
' Om een verstaanbare bijbel, Nederlandse bijbelvertalingen na de Statenbijbel'  onder redactie van A.W.G. Jaakke en E.W. Tuinstra.
' Ik zie, ik zie... De Bijbel langs Amsterdamse straten'  door H. Wartenbergh
' Het leven en bedrijf van den Heere Michiel de Ruyter'  door G. Brandt
' De Bijbel in de beeldende kunst'  door dr. R. Miedema
' Bijbelse tegels'  door W.J. Rust
' Bijbeltegels' door J. Pluis
'De Bijbel op tegels'  door A. Huyg, monnik in de abdij te Egmond
' Bijbel en volkstaal' door dr. E. Laurillard
' De Hervorming en de Bijbel'  door dr. C.C. de Bruin
' Over de liefhebberij voor boeken'  
door R. van der Meulen (1896)
' De bijbel in huis'  door drs. T.G. Kootte
'Het wonder van de negentiende eeuw'  dooor dr. H. Algra
' Drukkers, liefhebbers en piraten in de zeventiende eeuw'  
door H. de la Fontaine Verwey
' Verzamelen is ook een kunst, (onsterfelijkheid in oude boeken)''  door Jacques den Haan
'De Bijbel in Nederlandse letterkunde als spiegel der cultuur'  door dr. K.F. Proost
' Historie der martelaren'  door A. van Heemstede
' De Vulgaat' door Mgr. dr. Jan Olav Smit
' Namen en spreekwijzen aan den bijbel ontleend'  door dr. JU. Herderschree
' Boeken in Nederland. Vijfhonderd jaar schrijven, drukken, en uitgeven' door P.F.J. Obbema e.a.
' Oude kaarten en prenten van Israel, het land van de bijbel'  door W.G. J. van der Sluys
' Bijbel en kerk'  
door dr. W.F. Dankbaar
' De Bijbel in de Goudse Glazen'  door J. Smink
' Koorbanken, koorhekken en kansels'  door jhr. dr. J.S. Witsen Elias
' Het doksaal van de Grote of St. Bartholomeuskerk te Schoonhoven'  door H.A. van Duinen
' Petrus Plancius, theoloog en geograaf' door J. Keuning
'Spreekwoorden en zegswijzen uit de bijbel' door J. van Delden
 
14. Bijbelrestauratie

Er worden uitsluitend bijbels voor de museumcollectie gerestaureerd. Er wordt geen werk voor derden aangenomen.

We laten als voorbeeld een tweetal bijbels zien die momenteel in ons restauratieatelier gerestaureerd worden. De een is circa 320 jaar oud en het boekblok is nog klokgaaf. De ander is ca. 150 jaar oud en het boekblok is zeer los geworden. De lederen rug is vergaan en van de houten kaften zijn slechts restanten over. We beginnen met een rapportage van de oudste bijbel.
Deze bijbel is interessant vanwege het volgende:
- Het is een KEUR-bijbel uit 1682 en deze is gelijk aan de bijbel die president Roosevelt van de VS gebruikte om de ambtseed af te leggen bij zijn installatie als president. Roosevelt was van Nederlandse komaf en de betreffende bijbel kwam uit zijn familie.
- Het beslag op de bijbel is vrij uniek en tot nu toe niet voorkomend in de museumcollectie. Dat houdt in dat er 1 stuks koperwerk naar de gieterij zal moeten die het in het vormzand zal afdrukken. Daarna wordt de ontstane holte volgegoten met koper waardoor er een heel identiek exemplaar zal ontstaan.
- De bijbel bevat de zogenaamde "wufte" kaart. Deze wereldkaart is gegraveerd door B. Stoopendaal en in de vier hoeken voorzien van allegorische voorstellingen waarbij mythische onderwerpen zijn gebruikt en de godinnen schaars gekleed waren. Hier kwamen klachten over, bij de afbeelding wordt hier meer over vermeld.
- De rundlederen omslag bevat niet het gebruikelijke middenembleem terwijl het toch zeker is dat het de oorspronkelijke band betreft. Ook de lijnblindstempeling is wat soberder dan gebruikelijk uitgevoerd.
Dit zou erop kunnen wijzen dat de opdrachtgever een bijbel heeft besteld met een sober en praktisch uiterlijk.

Hieronder volgt een fotoreportage van de betreffende restauratie.

C.C. Th. Rietberg bijbel

Hierboven ziet u dat de sloten en 1 scharnier ontbreken. Het patina van het boekblok is prachtig, daaraan hoeft niets te gebeuren.

Hieronder ziet u dat in de rug aan boven- en onderzijde en in tweederde van het midden leder ontbreekt.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr.2

Hieronder het titelblad van de betreffende bijbel.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 3

Hieronder de omstreden wereldkaart genaamd " de wufte". Er kwamen klachten over deze kaart bij de drukker KEUR en de concurrent speelde er ook op in. Een andere bijbeldrukker noemde de kaart van KEUR zelfs 'vodderij'. Deze gaf namelijk een wereldkaart uit gegraveerd door Romeyn de Hooghe en op de achterkaart van deze kaart lezen we onder andere:  

' Wij hebben verfoeyt de verbeeldingen der vier Elementen en vier Getijden des jaars die in veele Wereltkaarten, tot cieraat, bijgevoegt zijn; welke niet anders vertonen dan Heydensche verzieringen, van Proserphinaes schakinge door Pluto, de triomf van Jupiter en Juno, de verlierfde Neptunes, de milde Deres met de hoorn des overvloets, de droncke Bacchus met sijn knapen, en andere vodderijen meer, die vooral in de kaarten des Bijbels niet en passen. Maar wy vertoonen u hier de productie van de geschapen werelt uyt Gods eeuwigen raad, en alvervullend wezen. Sijn oneyndige glorie overstraalt die gantsch Scheppinge met sijn ontoeganklick licht...'

KEUR trok zich deze klachten sterk aan en al in het volgende jaar werd een kleinere KEUR-bijbel uitgegeven met een nieuwe wereldkaart waarin in de vier hoeken de vier werelddelen worden uitgebeeld zoals eerder op de kaart van ds. Plancius zijn weergegeven.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 4

Hieronder ziet u hoe voorzichtig de messing nagels worden losgemaakt, zoveel mogelijk behouden en het beslag wordt verwijderd.
 
C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 5  C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 6

Hieronder is te zien hoe met een schalmmes de lijmlaag tussen het leder en de eikenkaft wordt doorgehaald. Daarnaast is te zien hoe de kaft aan de voorkant van de bijbel van het eikenhout is losgemaakt.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 7  C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 8.

Hieronder links is duidelijk te zien hoe de rug binnenin versterkt is met repen perkament die gescheurd en soms missend zijn. Rechts ziet u hoe de lijmresten onder de perkamenten strippen verwijderd worden zodat er een nieuwe hechtingslaag kan worden aangebracht.

C.C. Th. Rietberg nr. 9  C.C. Th. Rietberg bijbel nr 10

Hieronder is te zien dat een van de eikenkaften gescheurd was en dat deze scheur met lijm gevuld wordt.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 11 C.C.Th. Rietberg bijbel nr. 12

Op de foto hieronder wordt de lijm diep in de scheur geduwd. Daarnaast wordt met lijmklemmen de verbinding op spanning gebracht. Voor een goede uitharding is voldoende droogtijd van groot belang. 

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 13 C.C. Th. Rietberg bijbel nr 14

Hierop volgend is links te zien hoe van de eikenplanken vuil en beender-lijmresten worden verwijderd om een goede hechting te krijgen met straks aan te brengen keperlagen op de rug met hechting aan het hout. Rechts worden vergane delen van het hennepenkoord weggekrabd.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 15 C.C. Th. Rietberg bijbel nr 16

Linksonder wordt het gat in de eiken plank waar het hennepentouw in zit gevuld met lijm. Rechtsonder worden houtwormgaten gevuld en glad gemaakt voordat het leder of keper erop bevestigd zal worden.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 17 C.C. Th. Rietberg bijbel nr 18

Linksonder is de kale bijbel ingeklemd en wordt de rug ontdaan van lijmresten en resterende stukjes perkament. Het aan de kop en staart zich bevindende perkament met passement is nog gaaf en losgeraakt. Dit zal opnieuw bevestigd worden.
Rechtsonder wordt segment voor segment met lijm ingezet.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 23  C.C. Th. Rietberg bijbel nr 24

Linksonder wordt een strook keper in een segment aangebracht waarbij meteen ook enkele katernen aan het begin en eind van de bijbel worden vastgezet. Deze waren losgeraakt doordat het perkament kapot of los was gegaan.
Rechtsonder zijn alle stroken op alle segmenten aangebracht en het perkament op kop en staart vastgelijmd. U kunt goed zien hoe dit weerbarstige materiaal met wasknijpers is vastgezet tot de uitharding voldoende is. Voor het geheel geldt een droogtijd van minimaal 1 week. Intussen gaan we verder met de lederen kaft.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 25  C.C. Th. Rietberg bijbel nr 26

Linksonder ziet u hoe de binnenkant van de bijbelkaft door schuren wordt ontdaan van lijmresten en vuil.
Rechtsonder ziet u naast de schuurstreep hoe het leer opgeruwd is met een kraspen. Dit heb ik gedaan om een betere hechting te krijgen voor de straks aan te brengen nieuwe lijmlagen.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 21  C.C. Th. Rietberg bijbel nr 22


Linksonder ziet u een houten mal. Rechts wordt de lederen omslag hier omheen bevestigd. De bedoeling is dat de scheuren met ondergronds keper gelijmd worden.


C.C. Th. Rietberg bijbel nr 19  C.C. Th. Rietberg bijbel nr. 20

Linksonder wordt de pers op hoogte gebracht. Het is een zeer oud instrument wat ook afgebeeld staat op de eerste foto van deze website in een boekbindersatelier uit de zeventiende eeuw.
Rechtsonder is de lederen kaft ingeklemd en gereed voor het lijmen om de scheur te dichten.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 27             C.C. Th. Rietberg bijbel nr 28

Hieronder staat de band in de pers waarbij 1 segment wordt aangedrukt. Het geheel van de te repareren rug bestaat uit vijf tussensegmenten en een kop en staart. Verder nog zeven stuks verhogingen waar de touwen in komen te vallen. In totaal dus veertien stuks lijmverbindingen te maken waarvan er maar 1 tegelijk kan worden aangebracht. Daarna moet de verbinding 1 week onder druk blijven staan. Dat houdt in dat, als alles goed gaat, de rug pas over veertien weken klaar zal zijn. Omdat het allemaal dezelfde handelingen zijn zullen deze niet stuk voor stuk worden vertoond.

C.C. Th. Rietberg bijbel nr 29

De eerste tegenvaller doet zich voor. Het blijkt dat het leder van1 segment gekrompen is en dit zal moeten worden opgerekt. Hieronder ziet u hoe de lederen band ingeklemd opgehangen wordt. Aan het gekrompen deel is een zwaar ijzeren gewicht bevestigd. Geruime tijd blijft dit zo hangen. Daarna wordt een nieuwe lijmpoging ondernomen.

leder oprekken

Linksonder is te zien hoe er een sjabloon gemaakt wordt in het gat van het ontbrekende leer aan de kop van de rug. Rechtsonder is de sjabloon uitgesneden en op een nieuwe lederen huid gelegd om op maat gesneden te worden.

rugrestauratie  rugrestauratie

Linksonder: de sjabloon is uitgesneden en het leder is gestrekt. Rechtsonder: het leder wordt gekleurd; er wordt begonnen met een vrij lichte bruinroodachtige kleur. Iedere laag moet worden gedroogd. Daarna wordt bekeken of er nog iets donkerder kleuren moeten worden toegevoegd.

bijbelrestauratie  bijbelrestauratie

Linksonder: Na droging worden steeds nuances in blauw, zwart en oker toegevoegd tot de kleur is bereid van de originele rug.
Rechtsonder: terwijl het leder aan de kop droogt en wordt klaargemaakt voor de definitieve waslaag wordt aan de staart ook een sjabloon getekend in de gaten. Verder is het dezelfde operatie als de restauratie aan de kop en wordt derhalve niet apart getoond.

restauratie bijbel  bijbelrestauratie

Hieronder is te zien dat het binnenwerk van de rug nu klaar is. Met enige moeite is zichtbaar dat er veertien verschillende segmenten zijn gelijmd, ieder met hun droogtijd van circa 1 week. De koorden kunnen nu bevestigd worden in de kop en de staart. Na droogtijd daarvan kan de omslag aangebracht worden op de eiken planken. Het rode wat u links onderin te zien is, is een druppel bloed ontstaan toen mijn mes uitschoot.

rugrestauratie

Nu de rug klaar is beginnen we met de lederen kaft vanbinnen gereed te maken om om om de bijbel heen te gaan. Linksonder ziet u hoe met grof schuurlinnen restanten versteende beenderlijm wordt verwijderd en het oppervlakte opgeruwd wordt. Dit is om straks een betere hechting met de lijm te krijgen. Rechtsonder ziet u hoe een sjabloon klaargemaakt wordt voor een gat in de kaft bovenop de eiken plat. Aangezien dit een niet bewegend gedeelte is, wordt hier met een simpeler lijm gewerkt.

 

De kaft wordt nu om de bijbel heengedaan. Linksonder is te zien hoe met klemmen het leer wordt vastgezet.
Rechtsonder ziet u hoe met een ijzeren staaf (gezien de herkomst van de bijbel zouden we ook kunnen zeggen dat het een vierkante stalen buis is) die van kop naar staart met twee lijmklemmen het leder direct naast de rug ingeklemd wordt.

 

Op de afbeelding linksonder is te zien hoe aan de andere zijde van de bijbel, waar het leer nog niet vastzit, het keper waar dit overloopt van de rug in het vaste gedeelte, op een bol voorwerp wordt gelegd en met een schalmmes wordt afgeschuind om ongewenste verhogingen zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen.
Rechtsonder: hier wordt weer met dezelfde stalen stang met drie malletjes het leder ingeklemd tussen de touwen. Bij deze lijm volstaat een droogtijd van 24 uur; daarna worden de mallen tussen de andere drie touwen geplaatst en met de lijmtangen en de stalen stang weer ingeklemd ter droging.

 
Intussen gaan we door met het in orde maken van het boekblok en de eikenhouten kaft. Intussen droogt het leder en wordt het uitgerekt en uitgehard. Linksonder is te zien hoe aan de buitenzijde van het houtwerk het keper weggesneden wordt.
Rechtsonder is zichtbaar hoe eventuele restanten van keper, lijm en aanslag wordt weggekrabd.

keper verwijdering  keper verwijdering  

Linksonder worden de spijkergaten gevuld en rechtsonder de lijm aan de buitenkant van de scheur weggestoken.

gaten vullen  lijm weghalen

Intussen wordt begonnen met het klaarmaken van het koperen beslag. Linksonder ziet u hoe het gietwerk terugkomt van de gieterij; het is nog ruw van de afdruk van het vormzand. Bij de kleine hoeken rechtsbovenaan ziet u duidelijk hoe de vloeibare gloeiend hete koperstroom in de gietbak naar het hoekstuk heeft gestroomd. Tevens ziet u hoe bij de scharnieren en hoeken soms de openingen volgestroomd en gestold zijn met koper doordat het vormzand enigszins ingestort is. Eerst moet op die plaats een gat geboord worden en vervolgens met kleine vormvijlen de juiste opening weer tot stand worden gebracht.
Rechtsonder ziet u hoe eerst met een grove vijl de ruwste stukken eraf worden gevijld. Naast het koperen slot ziet u hoeveel kopervijlsel eraf komt. Daarom wordt gewerkt met een mond- en neusbeschermkap.

ruw gietwerk  ruw gietwerk

Na de grove vijl komen verfijndere zoetvijlen aan de beurt. Hiermee worden de sporen van de zandkorrels op het gietsel verwijderd, vooral van de kleine vlakken en hoeken.

vijlen koperwerk  koperwerk vijlen

Na het vijlen volgt het schuren zoals linksonder te zien is. Rechtsonder wordt het werkstuk ingesmeerd met een vloeistof om het polijsten, hetgeen straks te zien is, goed te laten verlopen.

schuren v koperwerk  polijsten v koperwerk

Linksonder wordt met polijstfiber het slot gepolijst. Rechtsonder is te zien hoe een deel van het slot al glanzend is en een deel nog ongepolijst ruw.

polijsten v koperwerk  polijsten v koperwerk

Linksonder ziet u dat het scharnierpunt in het koperen slot nog steeds blind is. Hier wordt een gat in geboord van twee millimeter.
Rechtsonder is te zien hoe vervolgens met de zaag een driehoek ter plaatse boven het geboorde gat wordt gezaagd en verwijderd.

koperwerk  koperwerk

Linksonder: met een rattenstaart wordt de driehoek uitgevijld tot een ronde opening.
Rechtsonder: de twee nieuwe bijgemaakte sloten en 1 nieuw scharnier zijn verbonden met de sloten d.m.v. een stalen pen die vastgesoldeerd is in het scharnier.
koperwerk  

Hieronder is links te zien dat het leder nu geheel om de bijbel is aangebracht en de nog te vullen gaten in het leder zoals linksonderaan en aan de binnenkant van de bijbel op de vier hoeken worden nu gerepareerd.

  


Om de driehoeksgaten die op iedere hoek van de bijbel zitten moet heel dun leder worden aangebracht. Hieronder is te zien dat dit leder dun wordt gesneden met een schalmmes op een bol ijzeren voorwerp.


De band is nu klaar en linksonder ziet u dat de koperen sloten worden geplaatst. De messing nagels worden in het eikenhout geslagen en rechtsonder is te zien dat ze omgekraagd worden onder het leder zodat geen littekens van de nagels zichtbaar zijn bovenop het leder.

 

Linksonder is te zien dat de schutbladen en tegenschutbladen worden aangebracht. 1 blad is mogelijk niet geheel contemporain, deze is namelijk ingevoegd en heeft als watermerk: 'de erven D.Bilauw'. Mogelijk dat we in een later stadium nog een hoofdstuk zullen wijden aan bijbelpapier en watermerken. Rechtsonder: de scheuren in de bijbel worden gedicht. Dit kan het beste gedaan worden met uiterst dun doorzichtig Japans rijstpapier. Hierbij is het zaak om te werken met een beslist zuurvrije lijm zonder verouderingsverschijnselen.

 

Hieronder worden wormgaten in een groot aantal bladen gedicht. Er zitten weliswaar op andere plaatsen van het blad nog meer kleine wormgaten maar aangezien de worm niet meer actief is, laten we dit zo. De wormgaten onderaan lopen echter een groot risico dat ze tot een scheur leiden en zijn daarom dichtgemaakt.

Rechtsonder is de rug te zien in gerestaureerde toestand.
      

Hieronder: de voorkant in gerestaureerde staat.



Hieronder tenslotte de nieuw bijgemaakte koperen sloten. De bijbel is nu compleet, de restauratie is voltooid.

  


Hieronder volgt een rapportage van een restauratie van een bijbel uit 1855.

Het betreft een bijbel gedrukt in Gouda bij G.B. van Goor. Hij is voorzien van prachtige gravures en is opgedragen aan Koningin Sophie. Hieronder ziet u het titelblad.

v goor bijbel

De opdracht aan Koningin Sophie heeft de drukker kennelijk geen windeieren gelegd, want zoals u ziet op de lijst van intekenaren die voorin de bijbel zit, bestelde zowat het hele Koninklijk Huis een exemplaar. Komt u maar eens kijken in het museum of bij de andere intekenaren wellicht iemand uit uw voorgeslacht vermeld is. Er waren zelfs bestellingen uit toenmalig Nederlandsch Oost-Indie opdrachten gekomen.

van goor bijbel


Linksonder ziet u hoe deze bijbel binnekwam bij het museum. Van de rug rest slechts een klein stukje leder terwijl op de voorzijde een smalle strook leer met blindstempeling en verder kale omslag is overgebleven.
Rechtsonder ziet u de spiegelkant. Daaruit blijkt dat de bladeren verguld op snee zijn en dat dit er nog prima uitziet.
 

Van Goor bijbel  Van Goor-bijbel

Linksonder is te zien hoe de losse katernen kunnen worden vastgenaaid aan stevige koorden. Rechtsonder is zichtbaar hoe deze koorden kunnen worden vastgemaakt na het innaaien van de katernen. Vervolgens kunnen ze worden aangebracht in de twee gaten die in de houten kaften zijn geboord nadat deze op maat zijn afgeschuind.

Van Goor bijbel  van Goor bijbel

Linksonder is te zien hoe de rug met keper stevig is gemaakt en alle koorden met het houtwerk zijn verbonden.
Rechtsonder wordt het speciaal voor ons bij de looierij in Oud-Hollandse stijl geprepareerde leder om de bijbel heen aangebracht.

van goor bijbel 

Nadat het leder is aangebracht op de houten kaften wordt het om de afschuinde rand heen omgevouwen, gelijmd en gelijk gesneden. Terwijl de lijm uithardt wordt intussen het koperwerk klaargemaakt. Aan de hand van sporen die op de omslag waren overgebleven kan het type beslag worden bepaald. Een origineel van een andere bijbel wordt 'geleend' en bij de gieterij in het vormzand afgedrukt. Het origineel wordt daarna verwijderd en de holte die ontstaan is wordt volgegoten met vloeibaar gloeiend heet koper. Nadat het is afgekoeld, gaan wij aan de slag met ontbramen (door zandkorrels ontstane bramen verwijderen). Verder de met koper dichtgelopen openingen uitboren en daarna met de hand uivijlen, totdat de gietstukken geheel gelijk zijn aan het originele beslag.

De scharnieren worden van verbindingsrondstukken voorzien en de sloten worden met twee scharnieren verbonden door solderen. Hierna wordt het geheel gepolijst. Hierna is het beslag klaar om op de bijbel bevestigd te worden.

 

Jaren geleden waren we in de gelegenheid de inventaris over te nemen van enkele historische boekbinderijen met hun uitgebreide sortering aan eeuwenoude blindstempels en fileten. Uit deze collectie worden stempels/fileten gezocht. Ze moeten of geheel of zoveel mogelijk overeen komen met de restanten c.q. sporen die op het leder van de te restaureren bijbel aanwezig zijn.

Hieronder ziet u weergegeven enkele voorbeelden van blindstempels en fileten uit vroeger eeuwen.

blindstempels  blindstempels

Linksonder is te zien hoe een hoekblindstempel wordt verhit in de gasvlam en rechtsonder hoe een lijnblindfileetstempel warm wordt gestookt.

stempelen  stempelen

De gloeiend gemaakt stempels worden met zo groot mogelijke armkracht in het leder geperst langs vooraf uitgezette lijnen en hoeken. De middenstempels, eveneens hieronder zichtbaar, worden warmgemaakt en met een zware wormpers in het leder gedrukt. De eerder uitgezette lijnen worden weggepoetst en het leder wordt met een lederconserveermiddel ingewreven. Dit wordt een aantal keren speciaal bij de verbinding tussen rug en voor- en achterkant herhaald om het leer daar mooi soepel te krijgen.
 
blindstempels  blindstempels

De sloten worden afgesteld zodat de bijbel goed sluit wat het behoud van het papier is. Rechtsonder ziet u een demonstratie hoe stevig de bijbel in de band zit. Hij wordt namelijk geheel opgetild aan de voorzijde en kan vrijuit bewegen.

   v goor bijbel       v goor bijbel

Het leder wordt nog iets donkerder gekleurd zodat dit overeenkomt met de kleur die op de restanten van de originele band aanwezig waren. De bijbel is nu geheel klaar en kan weer honderden jaren mee. Bekijkt u bij uw bezoek aan het museum ook vooral de zeer fraaie gravures die erin zitten.

v goor bijbel
Ik hoop dat u deze rapportage tot nu toe met interesse hebt gevolgd, maar wijs er wel op dat dit niet een soort handleiding voor restauratie is. Te vaak komt het voor dat ons advies wordt gevraagd voor bijbels waar ondeskundige reparaties aan zijn verricht. Soms is de bijbel zwaar mishandeld door gebruik van plastic plakband en zuurhoudende lijmsoorten. Dit is volkomen onnodig.
Als in een vroeg stadium ons advies voor restauratie wordt gevraagd wordt dit gratis gegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de specialisaties van de diverse restauratieateliers.

Tot slot

In verband met bescheiden middelen worden beschadigde exemplaren gekocht of ten geschenke ontvangen en deze worden in eigen atelier op historisch verantwoorde wijze gerestaureerd, zodanig dat ze weer honderden jaren mee kunnen.

De website wordt steeds aangevuld met gegevens en afbeeldingen, veel is er nog te beschrijven uit de collectie en literatuur.